Zichtlengte in rook

Zichtlengte in rook is de afstand waarover een persoon onder omschreven omstandigheden een object, teken of lichtbron nog kan herkennen. Rookdeeltjes verzwakken en verstrooien licht, waardoor contrast verdwijnt. Dit kan de oriëntatie en routekeuze bemoeilijken en de loopsnelheid beïnvloeden. In brandveiligheidsberekeningen wordt zichtlengte daarom gebruikt als een van de criteria voor tenability. De waarde zegt iets over zien in rook en is geen rechtstreekse maat voor de giftigheid ervan.

Een veelgebruikte benadering koppelt de zichtlengte aan de extinctiecoëfficiënt van rook. Deze coëfficiënt beschrijft de verzwakking van licht per afgelegde afstand en heeft de eenheid 1/m. Bij uniforme rook wordt vaak een omgekeerd evenredige relatie gebruikt: zichtlengte = factor / extinctiecoëfficiënt. De factor hangt onder meer af van het type object en de wijze van waarnemen. Een zelf lichtgevend teken kan bij dezelfde rookconcentratie over een andere afstand herkenbaar zijn dan een reflecterend object.

De extinctiecoëfficiënt kan worden afgeleid uit de roetmassaconcentratie en een massagerelateerde extinctiecoëfficiënt. Daarin liggen aannames over de optische eigenschappen van de deeltjes besloten. De roetopbrengst van de brandstof, rooktransport, afzetting en menging beïnvloeden vervolgens de berekende concentratie. Gegevens voor roet uit een vlammende brand vertegenwoordigen niet automatisch aerosolen uit een smeulbrand. Ook de gekozen verlichting en achtergrond bepalen hoeveel contrast daadwerkelijk beschikbaar is.

In een numeriek model is een lokale zichtlengte vaak de afstand die zou gelden als de rookdichtheid op dat punt over het hele zichtpad gelijk bleef. Dat is iets anders dan de werkelijke zichtafstand door een ruimtelijk wisselend rookveld. Een heldere zone met daarachter een dichte rookband vraagt dus zorgvuldige interpretatie. Een animatie waarin rook transparanter is weergegeven om constructies zichtbaar te houden, levert evenmin een directe visuele controle van de berekende zichtlengte.

Een beoordelingsgrens wordt gekozen op basis van het doel, de route en de aanwezige personen. Er bestaat geen enkele zichtlengte die elke vlucht- of reddingssituatie veilig maakt. Bekendheid met het gebouw, herkenbare markering en de te verrichten handelingen hebben invloed. Daarnaast kunnen toxiciteit en warmte al eerder beperkend zijn. Een gevoeligheidsanalyse kan laten zien hoe onzekerheid in rookproductie doorwerkt in de berekende bruikbaarheid van de vluchtroute.