Zelfsluitendheid
Zelfsluitendheid is het vermogen van een beweegbaar constructieonderdeel om zonder handmatig dichttrekken in de bedoelde gesloten stand te komen. In de brandveiligheid gaat het vaak om deuren die deel uitmaken van een brand- of rookscheiding. De eigenschap zorgt ervoor dat een opening na gebruik of na een brandsignaal wordt afgesloten. Daarmee kan de scheiding de prestatie leveren waarvoor zij is ontworpen.
Een deurdranger slaat bij het openen energie op en gebruikt die om de deur te sluiten. Een vrijloopdranger laat de deur tijdens normaal gebruik vrijwel vrij bewegen en activeert de sluitfunctie bij een brandsignaal. Een openhoudvoorziening, zoals een kleefmagneet, houdt een deur open en geeft haar bij het daarvoor bedoelde signaal vrij. Deze oplossingen hebben verschillende gebruikseigenschappen en moeten passen bij de betreffende deurset.
Het Bbl stelt eisen aan zelfsluitende onderdelen in bepaalde inwendige scheidingen met een brand- of rookprestatie. De uitwerking verschilt tussen nieuwbouw, bestaande bouw en bijzondere gebruiksfuncties. Er bestaan uitzonderingen, onder meer voor bepaalde woning- en celdeuren. Bij nieuwe woongebouwen kan voor een woningtoegangsdeur juist een vrijloopdranger zijn voorgeschreven. Alleen de constatering dat een deur brandwerend is, volstaat daarom niet om de wettelijke uitvoering vast te stellen.
De sluiting moet functioneel worden beoordeeld. Een deur die naar de sluitstand beweegt maar op de sluitplaat blijft hangen, levert mogelijk geen bruikbare scheiding. Bij dubbele deuren moeten de bladen in de juiste volgorde sluiten. Luchtdrukverschillen, scheefstand, vloerafwerking en een te strak afdichtingsprofiel kunnen de werking beïnvloeden. De instellingen worden daarom in de gebouwsituatie gecontroleerd.
Wanneer een dranger of magneet door een brandmeldinstallatie wordt gestuurd, is de hele keten relevant. Het brandsignaal moet de voorziening bereiken, de deur moet worden vrijgegeven en vervolgens werkelijk sluiten. Een lampje op een besturingskast bewijst die laatste stap niet. Ook het gedrag bij spanningsuitval wordt beoordeeld volgens de systeemvoorwaarden.
Gebruiksgemak helpt voorkomen dat bewoners of medewerkers de voorziening buiten werking stellen. Te hoge bedieningskrachten kunnen vooral voor kinderen, ouderen en mensen met een beperking een belemmering vormen. Een passend ontwerp verenigt toegankelijkheid met de vereiste sluitfunctie.
Een brandwerende deur wordt daarom nooit met een losse wig structureel opengezet. Slijtage, beschadiging en onjuiste afstelling worden hersteld, waarna opnieuw wordt gecontroleerd of de deur vanuit de relevante openingsstanden betrouwbaar sluit.