Zelfredzaamheid

Zelfredzaamheid bij brand is het vermogen van personen om gevaar te herkennen, een passende beslissing te nemen en zichzelf in veiligheid te brengen. Binnen de bredere rampen- en crisisbeheersing omvat de term ook handelingen waarmee burgers samen met anderen gevolgen voorkomen of beperken. Bij gebouwbrandveiligheid moet duidelijk zijn of met zelfredzaamheid zelfstandig vluchten wordt bedoeld of vluchten met beschikbare ondersteuning.

Zelfredzaamheid bestaat uit meer dan kunnen lopen. Iemand moet een melding kunnen waarnemen, de betekenis begrijpen, een route kunnen kiezen en deuren of andere voorzieningen kunnen bedienen. Een persoon kan lichamelijk mobiel zijn en toch veel begeleiding nodig hebben, bijvoorbeeld door een cognitieve beperking of onbekendheid met het gebouw. Omgekeerd kan iemand met een mobiliteitsbeperking zelfstandig handelen als de route en voorzieningen passend zijn.

De omstandigheden veranderen de mogelijkheden. Slapen, medicatie, gehoorbescherming, een vreemde taal of tijdelijke verwonding kunnen de reactie beïnvloeden. Ook omgevingsfactoren tellen mee: rook, duisternis, lawaai en tegenstrijdige instructies maken het moeilijker om de juiste handeling uit te voeren. Daarom is een indeling in alleen zelfredzaam en niet-zelfredzaam vaak te grof voor het ontwerpen van een goede ontruimingsstrategie.

Bij de beoordeling wordt per relevante gebruikersgroep vastgesteld welke ondersteuning nodig is en hoe snel die beschikbaar komt. Voor een woonfunctie voor zorg kan de aanwezigheid van personeel sterk verschillen tussen dag en nacht. Begeleiding die overdag vanzelfsprekend is, kan 's nachts ontbreken. Het ontwerp moet aansluiten op die feitelijke situatie en op de gebruikskenmerken die bij de gekozen gebruiksfunctie horen.

Ondersteuning kan bestaan uit aangepaste alarmering, eenvoudige instructies, toegankelijke routes of persoonlijke hulp. Een evacuatielift kan de verplaatsing ondersteunen wanneer het gebouw en de organisatie daarvoor zijn ontworpen. Een hulpmiddel zonder bereikbare bediening of beschikbare begeleider biedt echter weinig bescherming. De combinatie van mens, gebouw en organisatie bepaalt de uiteindelijke mogelijkheid om te ontkomen.

Zelfredzaamheid wordt daarom expliciet betrokken bij de risico-inventarisatie en -evaluatie en het ontruimingsplan. Daarbij worden ook bezoekers en tijdelijke gebruikers meegenomen. Een gemiddelde loopsnelheid uit een rekenmodel zegt weinig over degene die als laatste hulp krijgt. De beoordeling moet zichtbaar maken hoe ook deze persoon binnen de beschikbare veilige tijd een geschikte bestemming bereikt.