Vrije doorgang
De vrije doorgang is de werkelijk beschikbare breedte en hoogte waarbinnen personen een opening of route kunnen passeren. Bij een deur gaat het om de bruikbare opening in de relevante geopende stand. Deze maat kan kleiner zijn dan de kozijnmaat of de breedte van het deurblad. Voor brandveiligheid bepaalt zij mede of aanwezigen de vluchtroute kunnen gebruiken en of de vereiste capaciteit beschikbaar is.
Het Bbl stelt, afhankelijk van de situatie, minimale afmetingen aan ruimten en doorgangen waardoor een vluchtroute voert. Nieuwbouw en bestaande bouw kennen verschillende niveaus. Ook kan een andere eis, bijvoorbeeld voor toegankelijkheid of beddentransport, een ruimere doorgang noodzakelijk maken. Het kleinste wettelijke minimum voor een afzonderlijk aspect is daarom niet automatisch de juiste ontwerpmaat voor de gehele situatie.
Vrije doorgang en doorstroomcapaciteit zijn verschillende beoordelingen. Een deur kan voldoen aan een minimummaat en toch te weinig capaciteit bieden voor het aantal aangewezen personen. Omgekeerd maakt een gunstige capaciteitsberekening een te lage doorgang niet geschikt. Ook de trap heeft eigen maatvoering en rekenregels; de algemene minimale breedte van een doorgang kan niet zonder meer op iedere trap worden toegepast.
Bij meting wordt rekening gehouden met de feitelijke gebruiksstand. Een deurdranger, wand, aanslag of nabijgelegen kast kan de openingshoek beperken. Bij een dubbele deur kan de passieve deurvleugel alleen meetellen voor zover die binnen het gekozen vluchtconcept tijdig en op de vereiste wijze beschikbaar is. Een vaste grendel waarvoor een aparte handeling op een lastig bereikbare plaats nodig is, kan daar problemen veroorzaken.
De doorgang moet over de volledige route bruikbaar blijven. Plaatselijke versmallingen door radiatoren, balies of meubilair verdienen daarom aandacht, net als tijdelijke obstakels zoals schoonmaakkarren. Een rolstoel, rollator of evacuatiestoel vraagt daarnaast manoeuvreerruimte bij bochten en deuren. Een rechte doorgang van voldoende breedte bewijst niet dat een hulpmiddel de daaropvolgende draai kan maken.
In tekeningen en rapporten worden de gemeten maat, deurstand en uitgangspunten vastgelegd. Bij oplevering is controle aan het gebouw zinvol, omdat afwerkingen en beslag de beschikbare ruimte kunnen veranderen. Tijdens gebruik hoort het vrijhouden van deze ruimte bij het brandveiligheidsmanagement. Een vloerbelijning kan dit ondersteunen, maar vervangt geen controle of personen de route daadwerkelijk kunnen passeren.