Verbouw

Verbouw is het gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of vergroten van een bestaand bouwwerk. Binnen het Bbl heeft verbouw een eigen beoordelingskader. Voorbeelden zijn het verplaatsen van een wand, toevoegen van een verdieping of wijzigen van een technische voorziening. De aard en omvang van de ingreep bepalen welke onderdelen moeten worden getoetst. Het woord renovatie op een offerte geeft die juridische afbakening niet.

Bij verbouw vormen de nieuwbouwregels in beginsel de systematiek voor de beoordeling, terwijl voor het vereiste niveau vaak het rechtens verkregen niveau geldt. Hoofdstuk 5 van het Bbl bevat echter specifieke uitzonderingen en aanvullende regels. Daarom kan niet voor ieder onderwerp zonder verdere toetsing de bestaande uitvoering worden herhaald. Vooral bij brandwerendheid, rookwerendheid en vluchtvoorzieningen kan een afzonderlijke verbouweis bepalend zijn.

De verbouwregels grijpen in beginsel aan op de onderdelen die daadwerkelijk worden vernieuwd, veranderd of vergroot. Voor delen die ongemoeid blijven, blijven de toepasselijke eisen voor bestaande bouw van belang. Sommige specifieke regels kunnen verder reiken. Bovendien kan een wijziging van één onderdeel de prestatie van een groter geheel beïnvloeden. Een nieuwe deur in een brandscheiding raakt bijvoorbeeld de werking van de volledige compartimentsgrens.

Voor bouwwerkinstallaties geldt een bijzondere regel: bij geheel vernieuwen of geheel nieuw aanbrengen zijn in beginsel de nieuwbouwregels van toepassing. Bij gedeeltelijke vernieuwing kan een ander niveau gelden. De afbakening van 'geheel' en 'gedeeltelijk' moet aansluiten op de werkelijke installatie en activiteit. Losse fasering van één voorgenomen vervanging is geen vanzelfsprekende grond om de uiteindelijke vereiste prestatie te verlagen.

Een functiewijziging kan tegelijk met verbouw plaatsvinden. Dan moeten de regels voor de nieuwe gebruiksfunctie en de regels voor de fysieke ingreep in samenhang worden beoordeeld. Het toevoegen van slaapruimten verandert bijvoorbeeld de uitgangspunten voor ontdekking van brand, rookverspreiding en ontruiming. Ook moet de procedure voor de technische bouwactiviteit en de toelaatbaarheid in het omgevingsplan worden nagegaan.

De uitvoering zelf vraagt tijdelijke brandveiligheidsmaatregelen. Tijdens sloopwerk of leidingaanpassingen kunnen scheidingen openstaan en installaties gedeeltelijk uitvallen. Bij een gebouw dat in gebruik blijft, moeten vluchtmogelijkheden en alarmopvolging daarop worden afgestemd. Een verbouwplan legt daarom zowel de definitieve prestaties als de tijdelijke fasen vast. Voor oplevering worden wijzigingen gecontroleerd en verwerkt in tekeningen, installatiegegevens en beheerafspraken, zodat de nieuwe situatie later aantoonbaar kan worden onderhouden.