Ventilatiebeheerste brand

Een ventilatiebeheerste brand is een brand waarbij de beschikbaarheid en toevoer van zuurstof de verbrandingssnelheid in belangrijke mate begrenzen. Ook de termen ventilatiegecontroleerd en ondergeventileerd worden gebruikt, al beschrijven zij niet altijd exact hetzelfde aspect. Er kan veel brandstof aanwezig zijn terwijl het werkelijke brandvermogen relatief beperkt blijft. Bij gebouwbranden ontstaat deze situatie bijvoorbeeld wanneer ramen en deuren gesloten zijn en de brand de beschikbare zuurstof sneller verbruikt dan deze wordt aangevuld.

Door verhitting kunnen brandbare materialen gassen blijven afgeven. Een deel daarvan verbrandt door zuurstofgebrek onvolledig of blijft onverbrand aanwezig. De samenstelling van rook verandert daardoor en kan grotere concentraties koolmonoxide en andere gevaarlijke producten bevatten. Uitstromende brandbare gassen kunnen bij een opening of buiten het gebouw alsnog verbranden wanneer zij met voldoende lucht mengen. Het vermogen binnen de ruimte kan dan verschillen van de totale warmteafgifte van de brand.

De ventilatiecondities zijn niet constant. Een vluchtende bewoner die een deur opent, een gebroken ruit of een ingeschakelde ventilator kan de luchttoevoer veranderen. Daardoor kan het brandvermogen snel toenemen. Onder specifieke omstandigheden is backdraft mogelijk, maar extra ventilatie leidt niet bij iedere ondergeventileerde brand tot dit verschijnsel. Ook snelle brandgroei zonder drukgolf kan de omstandigheden voor aanwezigen en brandweer ernstig verslechteren.

Voor een brandscenario moeten openingen daarom meer omvatten dan alleen hun totale oppervlakte. Hoogte, ligging, wind, verbindingen met andere ruimten en mechanische ventilatie beïnvloeden hoeveel lucht werkelijk beschikbaar komt. Rookafvoer en luchttoevoer kunnen zowel rooktransport als verbranding veranderen. Een berekening waarin de afzuiging wordt gewijzigd terwijl de brand onvoorwaardelijk hetzelfde blijft, kan deze wisselwerking missen. De gekozen vereenvoudiging moet passen bij het model en de onderzoeksvraag.

Een afnemende vlamactiviteit of dalende temperatuur bewijst bij een ventilatiebeheerste brand niet dat de situatie veilig wordt. De beperkte zuurstof kan een nog steeds gevaarlijke brand tijdelijk afremmen. Preventief ontwerp beoordeelt daarom ook rookverspreiding, de toestand van deuren en het effect van bediening door gebruikers of hulpdiensten. Voor modellen zijn een onderbouwde brandstofbron en een geschikte beschrijving van zuurstofbeperking nodig. Gegevens uit goed geventileerde brandproeven mogen voor rookproductie en toxiciteit niet zonder beoordeling naar deze situatie worden overgenomen.