Tweede vluchtroute
Een tweede vluchtroute biedt een alternatief wanneer een eerste route door brand, rook of een andere belemmering onbruikbaar wordt. Voor de beoordeling telt vooral de onafhankelijkheid van beide trajecten. Twee deuren zijn geen zelfstandige vluchtalternatieven als zij kort daarna uitkomen in dezelfde onbeschermde gang die door één brand kan worden afgesloten.
Het Bbl stelt voorwaarden aan de situaties waarin een tweede route nodig is en aan de wijze waarop routes mogen samenkomen of dezelfde ruimte mogen passeren. De regels verschillen naar gebruiksfunctie en beoordelingsniveau. Ook de plaats waar de tweede route begint is van belang. Tot dat punt is iemand nog op een enkele route aangewezen. Dat gemeenschappelijke begintraject kan daardoor aanvullende bescherming of beperking van de loopafstand vereisen.
Onafhankelijkheid wordt over het volledige traject onderzocht. Denk aan twee trappenhuizen met afzonderlijke toegangen die beneden alsnog op één kwetsbare hal aansluiten. Een brand in die hal kan beide mogelijkheden treffen. Ook brandoverslag langs een gevel, rookverspreiding door een atrium of een gedeelde technische voorziening kan de beschikbaarheid van twee routes beïnvloeden. De toepasselijke bouwvoorschriften vormen het eerste kader; bijzondere afhankelijkheden vragen soms een aanvullende scenarioanalyse.
Een wokkeltrappenhuis bevat twee in elkaar verweven trappen, maar de ruimtelijke nabijheid maakt deze niet vanzelf tot onafhankelijke vluchtroutes. De scheidingen, toegangen en uitgangen moeten overeenkomstig het beoogde concept zijn uitgevoerd. Een gedeelde ruimte of ondeugdelijke rookscheiding kan de gedachte achter de dubbele ontsluiting ondermijnen.
De beschikbare capaciteit verdient afzonderlijke aandacht. Een verdeling waarbij iedere route precies de helft van de personen verwerkt, kan voor een bepaald wettelijk rekengeval passend zijn. Zij beschrijft nog niet wat er gebeurt wanneer één route uitvalt of veel aanwezigen dezelfde bekende uitgang kiezen. Bij risicogerichte brandveiligheid worden dergelijke omstandigheden expliciet onderzocht en aan de ontruimingsstrategie gekoppeld.
In het dagelijks gebruik moeten beide routes daadwerkelijk beschikbaar blijven. Dat vraagt afspraken tussen huurders wanneer een route door gedeelde of anders beheerde ruimten voert. Toegangscontrole, tijdelijke werkzaamheden en opslag mogen het alternatief niet ongemerkt laten vervallen. Bij een tijdelijke afsluiting wordt beoordeeld welke maatregelen nodig zijn en of het betrokken gebouwdeel nog kan worden gebruikt. De tweede route is een veiligheidsvoorziening waarvan de beschikbaarheid even serieus moet worden beheerd als die van de eerste.