Tijdelijke buitenbedrijfstelling

Tijdelijke buitenbedrijfstelling is het geheel of gedeeltelijk onbeschikbaar maken van een brandveiligheidsvoorziening voor een beperkte periode. Dat kan gepland zijn, bijvoorbeeld voor onderhoud, of het gevolg van een storing. De term wordt vaak gebruikt voor installaties, maar ook een verwijderde brandwerende deur of tijdelijk afgesloten vluchtroute kan dezelfde betekenis hebben voor het veiligheidsconcept.

Eerst wordt vastgesteld welke functie wegvalt en welk gebied daardoor wordt geraakt. Het uitschakelen van één detectiegroep kan gevolgen hebben voor de alarmering, deursturingen en rookbeheersing. Het sluiten van een afsluiter kan een groter blusgebied onbeschermd laten dan op het eerste gezicht zichtbaar is. Daarom wordt de omvang bepaald aan de hand van actuele tekeningen, instellingen en de samenhang met andere voorzieningen.

De verantwoordelijke beoordeelt vervolgens of het gebouw of proces tijdens de uitval veilig kan worden gebruikt. Mogelijke maatregelen zijn het beperken van de bezetting, stilleggen van risicovolle werkzaamheden, extra toezicht of het aanbieden van een geschikte alternatieve route. De keuze moet passen bij de ontbrekende functie. Een brandwacht levert bijvoorbeeld niet automatisch dezelfde bescherming als een automatische blusinstallatie, en extra instructies herstellen geen open brandscheiding.

Voor geplande uitval worden begin- en eindtijd, werkgebied, maatregelen en verantwoordelijken vooraf vastgelegd. Betrokken gebruikers, de beheerder van de brandmeldinstallatie en eventuele alarmontvangers moeten weten wat er verandert. Of ook bevoegd gezag, inspectie-instelling of verzekeraar moet worden geïnformeerd, volgt uit de toepasselijke voorwaarden en gemaakte afspraken. Er geldt geen identieke meldprocedure voor iedere voorziening en ieder gebouw.

Ook de terugkeer naar normaal bedrijf wordt voorbereid. Na werkzaamheden worden onder meer afdekkingen verwijderd, afsluiters in de juiste stand gezet en overbrugde sturingen hersteld. Een functionele controle moet bevestigen dat de oorspronkelijke functie beschikbaar is. Bij gekoppelde installaties omvat dat zo nodig ook de alarmoverdracht en aangestuurde voorzieningen. Alleen het verdwijnen van een storingsmelding is niet altijd voldoende bewijs.

De feitelijke duur, controles en vrijgave worden opgenomen in het logboek brandveiligheid. Uitloop wordt opnieuw beoordeeld, omdat een korte onderhoudsperiode kan veranderen in langdurige uitval. Als passende tijdelijke maatregelen ontbreken, kan beperking of beëindiging van het gebruik nodig zijn. Dit sluit aan bij de specifieke zorgplicht voor brandveilig gebruik en bij het beheer van de betrokken installatie.