Tenability

Tenability beschrijft in de brandveiligheidskunde of de omstandigheden voor personen nog voldoende houdbaar zijn om de benodigde handelingen te verrichten, bijvoorbeeld zich oriënteren en naar veiligheid vluchten. Het begrip wordt beoordeeld aan de hand van blootstelling aan rook, giftige en irriterende gassen, warmte en verminderd zicht. De grens ligt niet uitsluitend bij bewusteloosheid of overlijden. Ook desoriëntatie, pijn en verlies van handelingsvermogen kunnen veilig vluchten al eerder belemmeren.

Een beoordeling combineert verschillende effecten. Rook kan het zicht beperken en ogen en luchtwegen irriteren. Koolmonoxide en andere verstikkende stoffen kunnen functioneren aantasten, terwijl een verlaagd zuurstofgehalte extra belasting veroorzaakt. Hete gassen en warmtestraling kunnen eveneens maatgevend zijn. Welk effect het eerst beperkend wordt, hangt af van de brand, ventilatie, locatie en blootstellingsduur. Het is daarom onvoldoende om uitsluitend een temperatuur of alleen de hoogte van de rooklaag te toetsen.

Grenswaarden moeten aansluiten bij de beoogde doelgroep en het beschermingsdoel. Een gezonde volwassene die kort langs een zone beweegt, heeft een andere blootstelling dan iemand die daar langdurig op hulp moet wachten. Kinderen, ouderen en mensen met lichamelijke beperkingen kunnen kwetsbaarder zijn. Criteria uit een publicatie zijn daarom pas bruikbaar wanneer duidelijk is welke populatie, activiteit en blootstellingsduur ermee worden vertegenwoordigd. Een veelgebruikte waarde is op zichzelf geen algemeen wettelijk voorschrift.

Voor toxicologische effecten kan de Fractional Effective Dose worden gebruikt. Daarbij wordt blootstelling in de tijd opgeteld volgens de gekozen methode. Zichtverlies wordt doorgaans met een andere grootheid beoordeeld. Ook irriterende stoffen kunnen een ander beoordelingsmodel vragen. De ISO 13571-methodiek plaatst zulke beoordelingen in samenhang met brandontwikkeling, rooktransport en verplaatsing van personen. Het toepassingsgebied en de beperkingen van de gekozen deelmodellen moeten expliciet worden betrokken bij de interpretatie.

Het bereiken van een gekozen tenabilitygrens kan de beschikbare veilige vluchttijd bepalen. De beoordeling hoort op relevante plaatsen en hoogten plaats te vinden, of langs het gevolgde traject wanneer de methode daarop is ingericht. Een gunstige waarde naast een meetpunt bewijst niet dat de hele route bruikbaar blijft.