Subbrandcompartiment
Een subbrandcompartiment is een gedeelte van een bouwwerk dat binnen een brandcompartiment ligt of daarmee samenvalt. Het dient om rookverspreiding te beperken of het uitbreidingsgebied van brand verder te verkleinen. Het begrip verbindt de bouwkundige indeling met de mogelijkheid om een door brand bedreigd gebied te verlaten. Een afzonderlijke kamer vormt daarom niet automatisch een subbrandcompartiment.
Een brandcompartiment wordt volgens het Bbl onderverdeeld in subbrandcompartimenten en, waar van toepassing, verkeersruimten met een beschermde vluchtroute. De begrenzing hoeft niet altijd tot extra wanden te leiden. Wanneer de indeling en vluchtmogelijkheden dat toelaten, kan één subbrandcompartiment het hele brandcompartiment beslaan. Bij grotere loopafstanden of een andere organisatie van het vluchten kan verdere onderverdeling nodig zijn.
De eisen aan de scheidingen hangen samen met de ruimten aan weerszijden. Voor nieuwbouw gebruikt het Bbl voor weerstand tegen rookdoorgang de klassen Ra en R200, bepaald volgens NEN 6075. Ra heeft betrekking op rook bij omgevingstemperatuur; R200 omvat ook de beoordeling bij verhoogde temperatuur. Bestaande bouw kent een ander voorschriftenniveau. Deze klassen en eventuele tijdseisen mogen niet zonder beoordeling in elkaar worden omgezet.
Voor sommige relaties tussen ruimten geldt daarnaast een eis aan branduitbreiding. Het is dus onjuist om aan iedere subbrandcompartimentsgrens dezelfde algemene eis van bijvoorbeeld EI 30 toe te kennen. De ontwerper bepaalt eerst welke ruimten en routefuncties aan de scheiding grenzen en legt vervolgens de vereiste brand- en rookprestatie vast.
Een beschermd subbrandcompartiment biedt een aanvullend beschermingsniveau en wordt onder meer gebruikt bij slapen of verminderde zelfredzaamheid. De begrippen zijn geen vrije benamingen voor een vergelijkbare ruimte. De juiste kwalificatie stuurt de toegestane omvang en de prestatie van de omhullende constructies.
De uitvoering omvat alle mogelijke doorgangen. Denk aan deuren, kabeldoorvoeringen, ventilatieverbindingen en aansluitingen boven plafonds. Een goed sluitende deur helpt weinig wanneer rook via een open installatiekoker naar de andere ruimte kan stromen. Op een compartimenteringstekening moeten de grenzen daarom ook in doorsnede begrijpelijk zijn.
Bij gewijzigd gebruik wordt de indeling opnieuw beoordeeld. Een kantoor dat wordt opgesplitst in afzonderlijk verhuurde ruimten, kan andere looproutes en deurstanden krijgen. De beheerder controleert of de oorspronkelijke scheidingen, bezetting en vluchtmogelijkheden nog aansluiten op de nieuwe situatie. De subbrandcompartimentering blijft daarmee een functioneel onderdeel van het gebouwontwerp.
In oudere documenten wordt ook rookcompartiment gebruikt. Die indeling hoort bij het toenmalige voorschriftenkader en is niet zonder toetsing gelijk aan de huidige subbrandcompartimentering.