Standtijd van blusgas
De standtijd van blusgas is de periode waarin na de afgifte voldoende blusgas op de relevante plaatsen in de beveiligde ruimte aanwezig blijft om het beoogde bluseffect te behouden. De Engelse term is hold time. Het criterium wordt gekoppeld aan een vereiste concentratie en de hoogte tot waar bescherming nodig is. Het is daarmee een andere grootheid dan de tijd waarin het gas uit de voorraadcilinders uitstroomt.
Een ruimtevullende gasblusinstallatie brengt aanvankelijk een berekende hoeveelheid blusmiddel in de ruimte. Daarna kan gas via kieren en openingen wegstromen, terwijl buitenlucht binnendringt. Daardoor verandert de concentratieverdeling in de tijd. Het soort gas, temperatuurverschillen, de hoogte van lekken en eventuele luchtbeweging beïnvloeden dat proces. Dezelfde totale lekoppervlakte kan daarom bij verschillende lekverdelingen tot een andere standtijd leiden.
De standtijd moet passen bij het brandscenario. Het verdwijnen van vlammen betekent niet altijd dat hete materialen of een smeulende kern voldoende zijn afgekoeld. Wanneer de gasconcentratie te snel daalt, kan herontsteking optreden. Benodigde nablussing, inspectie van de brandhaard en het stoppen van energie- of brandstoftoevoer horen bij de beoordeling. Een standaard aantal minuten kan niet zonder controle op iedere toepassing en ieder blusgas worden toegepast.
De verwachte standtijd kan worden onderbouwd met een luchtdichtheidsmeting en een geschikt rekenmodel volgens het toegepaste ontwerpvoorschrift. Daarbij moeten de bouwkundige grenzen, het netto beschermde volume en de te beschermen hoogte correct zijn ingevoerd. Ook openingen die alleen tijdens afgifte functioneren, zoals drukontlasting, vragen aandacht. Een gesloten kast of afgesloten holle ruimte wordt niet automatisch beschermd doordat de kamer eromheen aan een standtijdeis voldoet.
NEN-EN 15004-1 is een relevant kader voor de daarin beschreven gasblussystemen. De ruimte-integriteit maakt deel uit van de onderbouwing. In het CCV-inspectiekader wordt ook tijdens de gebruiksfase aandacht besteed aan luchtdichtheid. Extra kabeldoorvoeringen, een nieuwe ventilatieleiding of een andere deur kunnen de eerder berekende standtijd veranderen. Metingen en rapportages moeten daarom gekoppeld blijven aan de actuele toestand van de ruimte.
De standtijd is geen wachttijd waarna iedereen de ruimte veilig kan betreden. Blusgas, zuurstoftekort, rook en verbrandingsproducten kunnen afzonderlijk gevaar opleveren. Toegang en ventileren moeten onder beheerste omstandigheden plaatsvinden, rekening houdend met herontsteking en blootstelling. Afspraken hierover horen in het bedrijfsnoodplan. Een goede technische standtijd vraagt zo om organisatorische opvolging die voorkomt dat een te vroeg geopende deur of gestart ventilatiesysteem het bereikte bluseffect ongedaan maakt.