Specifieke zorgplicht brandveilig gebruik
De specifieke zorgplicht voor brandveilig gebruik verplicht degene die een bouwwerk gebruikt of laat gebruiken om redelijkerwijs te verlangen maatregelen te nemen tegen brandgevaar en gevaar bij brand. Deze verplichting staat in artikel 6.4 van het Bbl. Zij richt zich op de daadwerkelijke gebruikssituatie en blijft relevant wanneer een risico niet tot in detail is uitgewerkt in een afzonderlijk voorschrift.
De zorgplicht omvat onder meer het voorkomen van brandgevaar, gevaarlijke situaties bij brand en belemmeringen voor melden, alarmeren, bestrijden, vluchten en redden. Zij geldt zowel voor actief handelen als voor het laten voortduren van een onveilige situatie. Een probleem dat door een vorige gebruiker is veroorzaakt, kan dus alsnog maatregelen van de huidige verantwoordelijke vragen.
De verplichting geldt naast de meer concrete regels voor brandveilig gebruik. Een gebouw kan op papier voldoen aan een eerder ingediende gebruiksmelding, terwijl de feitelijke inrichting inmiddels gevaar oplevert. Ook wanneer geen gebruiksmelding vereist is, blijft de zorgplicht gelden. De verantwoordelijkheid kan afhankelijk van de situatie bij gebruiker, eigenaar, verhuurder of meerdere betrokkenen liggen. Contractuele taakverdeling moet aansluiten op wat ieder daadwerkelijk kan beïnvloeden.
Voorbeelden zijn opslag van brandbaar materiaal in een stookruimte, het blokkeren van vluchtmogelijkheden en het onjuist herstellen van doorvoeringen in een brandscheiding. De maatregel wordt afgestemd op het concrete gevaar. Een noodzakelijke brandwerende doorvoering herstellen vraagt bijvoorbeeld een passende, aantoonbare uitvoering; alleen een waarschuwingsbord bij de opening lost het gebrek niet op.
De zorgplicht is geen vrijbrief voor een onbeperkt eisenpakket zonder motivering. Het moet duidelijk zijn welk gevaar bestaat en welke maatregelen redelijkerwijs nodig zijn. Bij een bijzondere gebruikssituatie kan een onderbouwde beoordeling helpen om die verplichting concreet te maken. Het bevoegd gezag kan handhavend optreden en kan de zorgplicht binnen de wettelijke mogelijkheden nader invullen met een maatwerkvoorschrift.
Praktisch vraagt naleving om zicht op het actuele gebruik. Periodieke controles, registratie van tekortkomingen en beoordeling van veranderingen helpen voorkomen dat een veilige uitgangssituatie geleidelijk verslechtert. Denk aan groeiende opslag, gewijzigde bezetting of werkzaamheden aan installaties. Maatregelen krijgen een verantwoordelijke en worden na uitvoering gecontroleerd. Daarmee wordt ook aantoonbaar hoe signalen zijn opgevolgd. De zorgplicht verbindt zo dagelijkse beslissingen over inrichting en gebruik met de brandveiligheidsprestaties waarop het gebouw is ontworpen.