Rookwerende deur
Een rookwerende deur beperkt het lekken van rook van de ene ruimte naar de andere wanneer de deur gesloten is. De prestatie berust op de volledige deurset, inclusief kozijn, afdichtingen, onderaansluiting en beslag. Rookwerend betekent dat de lekkage onder bepaalde testomstandigheden begrensd is. Het betekent niet dat een deur bij ieder drukverschil volledig gasdicht is.
Bij deuren worden onder meer de classificaties Sa en S200 gebruikt. Sa betreft de beoordeling van rooklekkage bij omgevingstemperatuur. S200 omvat de beoordeling bij omgevingstemperatuur en bij 200 °C. De rookproef volgens NEN-EN 1634-3 meet de lekkage door een gesloten deurconstructie onder vastgelegde druk- en temperatuurcondities. Het getal 200 is hier een temperatuur, geen tijdsduur.
Deze productclassificaties moeten worden onderscheiden van Ra en R200, de aanduidingen voor weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten volgens NEN 6075. Een ruimte kan via meer routes met een andere ruimte verbonden zijn dan alleen de deur. Bij de beoordeling tellen ook wanden, aansluitingen, ventilatieverbindingen en andere doorgangen mee. De rookprestatie van één deur is dus een onderdeel van de beoordeling tussen ruimten.
Rookwerendheid en brandwerendheid van een deur hebben verschillende doelen en beproevingen. Een opschuimende strip die pas bij verhitting uitzet, hoeft koude rook niet voldoende tegen te houden. Een deur met goede koude rookafdichting levert omgekeerd geen vaststaande brandwerendheid. Wanneer het ontwerp beide vraagt, moeten beide prestaties voor dezelfde samengestelde uitvoering zijn aangetoond.
Voor de werking zijn vlakheid en juiste afstelling van belang. Afdichtingsprofielen moeten aansluiten zonder dat zij de sluiting blokkeren. Een eventuele valdorpel moet op de bedoelde ondergrond functioneren. De test- en montagevoorwaarden bepalen welke kierafmetingen en onderaansluitingen zijn toegestaan. Een algemene vuistregel voor de spleet onder iedere rookwerende deur is daarvoor ongeschikt.
De deur moet dicht zijn op het moment dat rook de scheiding bereikt. Dat vraagt afstemming met zelfsluitendheid, detectie en het gebruik. Bij een openhoudvoorziening wordt ook de vrijgave getest. Tijdens een ontruiming kan een deur herhaaldelijk opengaan; de bouwkundige rookprestatie voorkomt die tijdelijke uitwisseling niet.
Beheer richt zich op beschadigde rubbers, aanlopen, vervuiling en aanpassingen aan beslag of vloer. Een nieuw tapijt of toegangssysteem kan de sluiting veranderen. Daarom wordt een functionele controle gekoppeld aan onderhoud en verbouwingen, met de oorspronkelijke uitvoering als referentie.