Rookscherm

Een rookscherm begrenst de verspreiding van rook binnen een ruimte. Bij rook- en warmteafvoer wordt het meestal onder een dak of plafond aangebracht om rook in een bepaald gebied te verzamelen of naar afvoerpunten te geleiden. Het scherm kan vast zijn of bij brand automatisch naar een vooraf bepaalde positie zakken. Een dergelijke voorziening wordt ook rookgordijn genoemd.

In een grote hal kan een rookscherm een rookreservoir vormen. De onderrand moet aansluiten op de berekende rooklaaghoogte en de beoogde stroming. Een te ondiep scherm laat rook eerder naar het volgende gebied overstromen. Een scherm op een ongunstige plaats kan juist verhinderen dat rook de afvoer bereikt. De positie is daarom onderdeel van de rookberekening, samen met de afvoercapaciteit en luchttoevoer.

Een rookscherm voor rookbeheersing heeft een andere functie dan een volledige brand- of rookwerende afsluiting tussen ruimten. Een gedeeltelijk neerhangend scherm laat onderlangs lucht en personen door. Het levert daarmee niet vanzelf de vereiste brandwerendheid of weerstand tegen rookdoorgang van een scheidingsconstructie. Ook wanneer leveranciers vergelijkbare productnamen gebruiken, moeten de aangetoonde prestaties en het toepassingsgebied afzonderlijk worden gecontroleerd.

De productnorm NEN-EN 12101-1 behandelt prestaties en beproeving van rookschermen voor rook- en warmtebeheersingssystemen. Daarbij gaat het om het scherm met eventuele aandrijving en activering. Bouwkundige balken of wanden die als rookbegrenzing worden gebruikt, vallen niet vanzelf onder dezelfde productbeoordeling. Hun geschiktheid moet uit het ontwerp en de uitvoering blijken. Aansluitingen, zijdelingse openingen en vervorming bij verhitting bepalen mede hoeveel rook kan ontsnappen.

Bij beweegbare schermen vragen de daalweg en de eindpositie bijzondere aandacht. Verlichting, winkelinrichting, kabels of opgeslagen goederen mogen de beweging niet blokkeren. Het ontwerp moet bovendien voorkomen dat een dalend scherm mensen raakt of een benodigde doorgang onbruikbaar maakt. De sturing wordt afgestemd op de ontruimingsalarminstallatie, rookafvoer en overige brandveiligheidsvoorzieningen. De reactie bij stroomuitval volgt uit het gekozen systeem en zijn veiligheidsfunctie.

Een functionele proef controleert of het scherm vanuit de normale gebruiksstand de vereiste positie bereikt en daar blijft. Bij beheer worden doek, bevestigingen, geleidingen, overlap en onderrand beoordeeld. Schoonmaak of vervanging van plafondonderdelen kan ongemerkt de aansluitingen veranderen. De beheerder moet daarom weten welke vrije zones permanent nodig zijn. Een scherm dat op tekening correct is geplaatst, biedt weinig bescherming wanneer de werkelijke daalweg met inventaris is gevuld.