Parkeergarage
Een parkeergarage is een gebouw of gebouwdeel voor het stallen van motorvoertuigen. In het Bbl valt dit gebruik in beginsel onder de overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen. Werkplaatsen, winkels, opslagruimten en andere activiteiten binnen hetzelfde complex kunnen een afzonderlijke gebruiksfunctie hebben. Ook de verbinding met bovengelegen woningen, kantoren of logiesruimten is voor de brandveiligheid van belang.
Een voertuigbrand kan zich uitbreiden naar aangrenzende voertuigen en een langdurige thermische belasting veroorzaken. De hoeveelheid kunststoffen, de afstand tussen voertuigen, plafondhoogte en ventilatie beïnvloeden de ontwikkeling. Bij elektrische voertuigen kan daarnaast een thermal runaway van de tractiebatterij optreden. Een ontwerpscenario moet daarom aangeven welk brandverloop en welke branduitbreiding worden verondersteld, inclusief de invloed van aanwezige beveiligingsinstallaties.
Het Bbl schrijft bij nieuwbouw voor bepaalde parkeergarages onder aangewezen gebruiksfuncties een automatische brandblusinstallatie voor. De toepasselijkheid en uitzonderingen hangen onder meer samen met de bovenliggende functies, hoogte, garageomvang en de relatie met vluchtroutes. Een algemene uitspraak dat iedere parkeergarage een sprinklerinstallatie moet hebben is daardoor onjuist. Omgekeerd vervalt een rechtstreeks voorgeschreven blusvoorziening niet vanzelf door het toepassen van extra compartimenten.
Een sprinklerinstallatie kan de ontwikkeling en uitbreiding van een voertuigbrand beperken. Welke prestatie wordt verwacht, moet uit het ontwerp en de onderbouwing blijken. Het beheersen van de brand rond een elektrisch voertuig betekent niet dat alle reacties binnen een beschadigde batterij zijn beëindigd.
De normale ventilatie voor luchtkwaliteit heeft een ander doel dan rookbeheersing bij brand. Ventilatoren kunnen rook verplaatsen en mengen, waardoor de positie van vluchtende personen en ingezette brandweereenheden verandert. Sturing, afvoerpunten, luchttoevoer en het moment van inschakelen moeten daarom aansluiten op het gekozen scenario en beschermingsdoel.
Voor de repressieve inzet zijn de aanrijroute, toegangen, bluswatervoorziening, oriëntatie en bereikbaarheid van de brand van belang. Informatie over laadpunten en de mogelijkheid om de laadinfrastructuur uit te schakelen helpt bij de inzetvoorbereiding. Uitschakelen van een laadpunt maakt een voertuigbatterij niet energieloos. Ook de opvang en afvoer van bluswater verdienen aandacht, vooral wanneer water zich via hellingbanen, schachten of afvoeren naar andere bouwdelen kan verspreiden.