Overdrukinstallatie
Een overdrukinstallatie beperkt rooktoetreding tot een beschermde ruimte door daar een hogere luchtdruk te onderhouden dan in aangrenzende ruimten. De installatie voert buitenlucht toe aan bijvoorbeeld een trappenhuis, voorportaal of brandweerliftsluis. Bij gesloten deuren stroomt lucht door aanwezige kieren naar buiten. Bij een geopende deur moet een gerichte luchtstroming het binnendringen van rook tegengaan. Welke ruimten worden beschermd, volgt uit het brandveiligheidsconcept.
Het ontwerp moet zowel gesloten als geopende deuren beschouwen. Bij gesloten deuren mag het drukverschil de benodigde openingskracht niet onaanvaardbaar verhogen. Zodra een deur opent, neemt de luchtbehoefte sterk toe en moet de installatie voldoende snel reageren. Ook de uitgang naar buiten kan invloed hebben. Een drukmeting met alle deuren dicht zegt daarom weinig over de werking tijdens werkelijk vluchten of een brandweerinzet.
Aan de zijde waar de lucht naartoe stroomt, moet een bruikbare afvoerweg aanwezig zijn. Zonder luchtontlasting ontstaat daar eveneens drukopbouw en neemt de beschermende luchtstroming af. Het ontwerp omvat dus toevoerventilatoren, drukregeling, afvoeropeningen, lekkage van de gebouwschil en de relevante deurstanden. Wind en temperatuurverschillen tussen binnen en buiten kunnen de drukverdeling over de gebouwhoogte veranderen, vooral bij hoogbouw.
NEN-EN 12101-13 beschrijft ontwerp, berekeningen, aanleg, beproeving en onderhoud van drukverschilsystemen. Deel 6 van deze normenreeks betreft de systeemsamenstelling. De gekozen uitgangspunten moeten passen bij het te beschermen gebruik en het toepasselijke beoordelingskader. Een vaste drukwaarde of luchtsnelheid kan daarom niet voor ieder gebouw als universele eis worden overgenomen. Deurconfiguraties en acceptatiecriteria worden vooraf vastgelegd.
De aansturing via een brandmeldinstallatie en de benodigde energievoorziening horen bij de veiligheidsfunctie. De buitenluchtaanzuiging moet zo zijn gesitueerd dat rook van het brandende gebouw niet rechtstreeks wordt aangezogen. Ook een rookdetectievoorziening bij de aanzuiging en de reactie daarop vragen een uitgewerkt ontwerp. Willekeurig uitschakelen kan de bescherming laten vervallen op het moment dat die nodig is.
Bij oplevering worden drukverschillen, deurkrachten en luchtstroming onder de voorgeschreven bedrijfscondities gemeten. Daarbij worden ook de regelreactie en gekoppelde sturingen beproefd. Veranderingen aan deurdrangers, kierdichting of gevels kunnen een eerder goed ingeregelde installatie verstoren. Periodiek onderhoud moet daarom het samenspel met de bouwkundige situatie beoordelen. Een overdrukinstallatie ondersteunt rookwerende deuren en andere scheidingen binnen een gezamenlijk ontworpen rookweringsconcept.