Opvangcapaciteit
Opvangcapaciteit is het aantal personen dat tijdelijk in een gedeelte van een vluchtroute kan worden opgevangen terwijl zij wachten om verder te gaan. Dit kan een verkeersruimte, trap, hellingbaan of bordes zijn buiten het subbrandcompartiment waar de route begint. Het begrip wordt gebruikt bij de beoordeling van situaties waarin de aanvoer van personen tijdelijk groter is dan de uitstroom.
Een trappenhuis in een gebouw met meerdere verdiepingen illustreert dit. Personen komen via verschillende toegangen binnen, terwijl de trap naar beneden een beperkte doorstroomcapaciteit heeft. De mensen die niet direct kunnen doorlopen, nemen ruimte in op de trap en bordessen. Zonder voldoende opvang kan een wachtrij teruglopen tot in het bedreigde compartiment of kunnen deuren niet meer goed worden gebruikt.
Opvang is alleen verantwoord wanneer de locatie gedurende de noodzakelijke wachttijd voldoende bescherming biedt. De grootte van een ruimte is daarom slechts één onderdeel van de beoordeling. Ook de weerstand tegen brand- en rookdoorgang, de positie ten opzichte van de brand en de beschikbaarheid van vervolgtrajecten tellen mee. Het enkele feit dat personen achter een brandwerende deur staan, rechtvaardigt geen onbeperkte wachttijd.
Voor nieuwbouw bevat artikel 4.81 van het Bbl regels voor doorstroomcapaciteit bij opvangcapaciteit. De berekening verloopt in tijdstappen en omvat verschillende voorwaarden voor het verlaten van ruimten en het bereiken van de uiteindelijke bestemming. De toegestane verblijfsduur hangt samen met de bescherming van het traject. Bij gebruik van NEN 6089 of een rekentool worden de door het Bbl voorgeschreven uitgangspunten aangehouden.
De beschikbare oppervlakte moet aansluiten op de werkelijke inrichting. Een bordes met kasten, geopende deurbladen of installaties kan minder ruimte bieden dan de bouwkundige plattegrond suggereert. Personen met rollators, rolstoelen of begeleiding vragen bovendien andere bewegingsruimte dan een uniforme stroom zelfstandig lopende volwassenen. Bij horizontale ontruiming in de zorg wordt ook beoordeeld waar bedden, hulpmiddelen en zorgverleners terechtkunnen.
Opvangcapaciteit mag niet worden verward met een aangewezen veilige wachtplaats voor een individuele persoon die hulp nodig heeft. Zo'n voorziening vraagt daarnaast afspraken over alarmering, communicatie en verdere evacuatie. In beide gevallen moet duidelijk zijn hoe personen de opvanglocatie weer verlaten. Een berekening die alleen aantoont dat iedereen ergens past, beschrijft nog geen uitvoerbare ontruiming.