Open bluswater
Open bluswater is oppervlaktewater dat als waterbron voor brandbestrijding kan worden gebruikt. Het kan gaan om een kanaal, rivier, meer, sloot of speciaal ingerichte vijver. De term beschrijft de functie van het water binnen de bluswatervoorziening. Een waterpartij op een terreintekening is pas een bruikbare bron wanneer de benodigde hoeveelheid water daadwerkelijk kan worden ingenomen en naar de brand kan worden vervoerd.
De beschikbare voorraad en de aanvulling ervan bepalen hoe lang water kan worden onttrokken. Bij een grote doorgaande watergang kan de voorraad ruim zijn, terwijl een kleine, geïsoleerde vijver tijdens een langdurige inzet aanzienlijk leeg kan raken. Het bruikbare volume ligt boven het laagste niveau waarbij de inname nog functioneert. Een landschappelijke vijver of waterbergingsvoorziening heeft daarom niet automatisch voldoende inzetbare inhoud voor brandbestrijding.
Waterstand en waterdiepte beïnvloeden de pompwerking. Bij aanzuigen vanaf de oever is het hoogteverschil tussen pomp en wateroppervlak van belang. De inlaat moet voldoende onder water blijven zonder modder, zand of grote hoeveelheden begroeiing aan te zuigen. Een dompelpomp of een vaste innamevoorziening kan andere mogelijkheden bieden. De keuze moet passen bij het beschikbare materieel, de benodigde opbrengst en de omstandigheden op de locatie.
Een geschikte opstelplaats voor de brandweer is noodzakelijk om het water te kunnen bereiken en apparatuur veilig te bedienen. Oeversterkte, ondergrond en ruimte voor slangen vragen aandacht. Een steile kade of zachte berm kan praktisch gebruik verhinderen, ook wanneer het water dichtbij ligt. Bij grootschalig watertransport moet bovendien ruimte beschikbaar zijn om voertuigen en pompen te plaatsen zonder andere aanrijroutes te blokkeren.
Open water verandert door seizoen en beheer. Droogte verlaagt het peil, slib verkleint de diepte en waterplanten kunnen de inname belemmeren. Ook ijs, drijvend afval en tijdelijke afsluitingen kunnen invloed hebben. De vereiste inzetbaarheid moet daarom worden beoordeeld bij ongunstige, redelijkerwijs te verwachten omstandigheden. Een geslaagde proef op een gunstige dag onderbouwt niet vanzelf dat de bron het hele jaar bruikbaar is.
Leg met de betrokken beheerders vast wie de bron en de innameplaats controleert en onderhoudt. Afspraken over maaien, baggeren, toegang en het melden van gewijzigde waterstanden horen daarbij. In de operationele informatie moet duidelijk staan hoe de bron wordt gebruikt en welke beperkingen gelden. Wanneer de waterpartij ook voor bluswateropvang is bedoeld, moet die functie afzonderlijk worden beoordeeld; verontreinigd afstromend water mag de bruikbaarheid van de bron niet ongemerkt veranderen.