Ontruimingsplan

Een ontruimingsplan beschrijft hoe aanwezigen bij brand of een andere bedreiging tijdig in veiligheid worden gebracht. Het legt vast wie alarmeert, wie beslissingen neemt, welke ruimten worden ontruimd en hoe personen begeleiding krijgen. Ook de opvang buiten het bedreigde gebied en de overdracht aan hulpdiensten horen daarbij. Het plan vertaalt de gebouwvoorzieningen en beschikbare mensen naar uitvoerbare handelingen.

Artikel 6.20 van het Bbl verlangt een ontruimingsplan voor een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 3.115. Dezelfde bepaling bevat afzonderlijke regels over voldoende aangewezen personen voor een snelle ontruiming. De verplichting volgt dus niet uitsluitend uit de aanwezigheid van een willekeurige vrijwillig geplaatste melder. Daarnaast kan de voorbereiding op ontruiming voortvloeien uit de arbeidsomstandighedenverplichtingen van een werkgever.

Een bruikbaar plan sluit aan op de zelfredzaamheid van de aanwezigen. In een kantoor kunnen veel medewerkers zelfstandig naar buiten lopen. In een zorggebouw moeten mogelijk cliënten worden begeleid, bedden worden verplaatst en deuren worden geopend door personeel. Dag-, avond- en nachtsituaties kunnen daardoor verschillende taken en personeelsbehoeften opleveren. Een generiek schema met alleen telefoonnummers beschrijft deze verschillen onvoldoende.

NEN 8112 biedt een kader voor de bedrijfsnoodorganisatie en de samenhang tussen bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen. Een ontruimingsplan kan daarvan onderdeel zijn. De norm is niet uitsluitend een tekenvoorschrift voor ontruimingsplattegronden. Plattegronden ondersteunen de instructie, maar vervangen geen afspraken over alarmopvolging, verantwoordelijkheden en hulp aan personen die niet zelfstandig kunnen vluchten.

De alarmeringswijze moet passen bij het plan. Bij een gefaseerde ontruiming moeten de betrokkenen weten welke zone direct vertrekt en welke zone nog wacht. Bij een stil alarm moet duidelijk zijn wie de melding ontvangt en hoe de eerste acties worden uitgevoerd. De werking van de ontruimingsalarminstallatie en eventuele deur- of liftsturingen wordt daarbij meegenomen.

Het plan wordt beoordeeld aan de hand van de werkelijk beschikbare routes, hulpmiddelen en bezetting. Een ontruimingsoefening laat zien waar instructies onduidelijk zijn of handelingen langer duren dan verwacht. Na wijzigingen in gebruik, personeel, indeling of installaties worden de betreffende onderdelen bijgewerkt. De medewerkers moeten de voor hen relevante handelingen kennen, zodat de documentatie ook buiten de map een functie heeft.