Omgevingsplanactiviteit

Een omgevingsplanactiviteit is een activiteit waarvoor het omgevingsplan een vergunning verlangt of die in strijd is met dat plan. De term komt uit de Omgevingswet en kan betrekking hebben op bouwen, gebruiken of andere activiteiten die de fysieke leefomgeving beïnvloeden. Voor brandveiligheid is zij relevant wanneer bijvoorbeeld een nieuwe functie, uitbreiding of risicovolle activiteit ruimtelijk moet worden toegestaan.

Bij een binnenplanse omgevingsplanactiviteit past de activiteit binnen de regels van het omgevingsplan, maar verlangt dat plan een vergunning. De aanvraag wordt dan beoordeeld aan de hand van de toepasselijke planregels. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, meestal BOPA genoemd, betreft een activiteit die niet in overeenstemming is met het plan. Daarvoor is een afzonderlijke beoordeling nodig of de activiteit op de betrokken locatie aanvaardbaar is.

Voor een BOPA speelt een evenwichtige toedeling van functies aan locaties een centrale rol. Daarbij worden de gevolgen voor de omgeving en de toepasselijke instructieregels betrokken. Externe veiligheidsrisico's kunnen aanleiding geven om afstand tot een risicobron te houden, kwetsbare functies anders te situeren of beschermende maatregelen te onderzoeken. De benodigde afweging verschilt per locatie en ontwikkeling.

De omgevingsplanactiviteit staat naast de technische bouwactiviteit. Een kantoor verbouwen tot woningen kan ruimtelijk toestemming vragen, terwijl voor de bouwkundige aanpassingen tevens een technische beoordeling nodig is. Brandcompartimentering, rookwerendheid en vluchtroutes worden daarbij vanuit het Bbl getoetst. De ruimtelijke toestemming neemt die eisen niet weg. Het omgekeerde geldt ook: technische geschiktheid geeft nog geen recht op het gewenste gebruik.

Bij zeer kwetsbare gebouwen in aandachtsgebieden kunnen bijzondere eisen aan de ruimtelijke besluitvorming gelden. De relatie met een brand- of explosievoorschriftengebied moet dan expliciet worden onderzocht. Het enkele feit dat een gebouw aanwezig is of een nieuwe activiteit praktisch kan huisvesten, beantwoordt niet de vraag of het nieuwe gebruik juridisch toelaatbaar is.

Een aanvraag beschrijft daarom de werkelijke activiteit en bijbehorende bezetting, gebruikstijden en omgevingsinvloed. Algemene bestemmingsnamen kunnen onvoldoende zijn om het brandveiligheidsrisico te beoordelen. Het advies maakt onderscheid tussen rechtstreeks geldende regels, vereiste vergunningvoorschriften en ontwerpafspraken. Wanneer het gebruik later verandert, moet opnieuw worden nagegaan of het binnen de verleende toestemming blijft. Een omgevingsplanvergunning is gebonden aan de activiteit en voorwaarden die daadwerkelijk zijn beoordeeld.