Omgevingsplan

Het omgevingsplan bevat gemeentelijke regels voor activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Iedere gemeente heeft één omgevingsplan voor haar grondgebied. Het plan regelt onder meer welke functies op een locatie zijn toegestaan en welke voorwaarden daar gelden. Het is daarmee ook een bron voor brandveiligheidsvragen waarbij de situering, omgeving of het gebruik van een gebouw bepalend is.

Onder de Omgevingswet moet het omgevingsplan zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een school, opslagbedrijf en woongebouw hebben verschillende kenmerken en kunnen elkaar beïnvloeden. Bij het toestaan van functies spelen bijvoorbeeld veiligheidsafstanden, bereikbaarheid voor hulpdiensten en de aanwezigheid van risicobronnen een rol. De gemeente moet daarbij toepasselijke instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving volgen.

Het plan is geen vervanging van de landelijke technische regels van het Bbl. Een maximaal bouwvolume of een toegestane bedrijfsbestemming zegt bijvoorbeeld niets over de vereiste brandwerendheid van een compartimentswand. Andersom kan een gebouw technisch aan het Bbl voldoen terwijl het voorgenomen gebruik op die locatie niet is toegestaan. De ruimtelijke en bouwtechnische beoordeling hebben ieder een eigen functie.

Voor externe veiligheid kan de gemeente een brandvoorschriftengebied aanwijzen. Binnen zo'n gebied kunnen bij nieuwbouw aanvullende Bbl-eisen gelden voor bescherming tegen een brand buiten het gebouw. Ook andere regels over de omgeving kunnen relevant zijn, zoals regels over opslag naast gebouwen of voorzieningen op een terrein. Welke regels daadwerkelijk gelden, volgt uit de juridische planregels en hun geografische begrenzing.

Het omgevingsplan kent een overgang van oude naar nieuwe regels. Voormalige bestemmingsplannen en door het Rijk overgedragen regels kunnen deel uitmaken van het tijdelijke deel. Gemeenten zetten die regels om en kunnen ze binnen wettelijke grenzen wijzigen. Een landelijke voorbeeldtekst of de oorspronkelijke bruidsschat bewijst daarom niet wat op een specifieke locatie op dit moment is toegestaan. De actuele lokale regeling moet worden geraadpleegd.

Bij een verbouwing, functiewijziging of uitbreiding wordt de gewenste situatie vergeleken met het geldende plan. Past de activiteit niet, dan kan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of planwijziging aan de orde zijn. Voor een controleerbaar advies worden locatie, geraadpleegde versie, toepasselijke regels en eventuele vergunningvoorschriften vastgelegd. Zo blijft bij latere ontwerpwijzigingen zichtbaar welke ruimtelijke voorwaarden invloed hebben op de brandveiligheidsoplossing.