Objectbewaking

Objectbewaking is branddetectie die is toegespitst op een bepaald object of een specifieke brandveiligheidsfunctie. Dat kan een machine, elektrische schakelkast of procesinstallatie zijn, maar bijvoorbeeld ook de detectie voor het sluiten van een deur in een brandscheiding. De bewaking wordt ingericht rond het aangewezen doel. Zij doet geen uitspraak over de detectiedekking van andere ruimten of van het gebouw als geheel.

Bij een machine kan het zinvol zijn brand binnen de omkasting te detecteren voordat rook de ruimte bereikt. Een detector aan het plafond kan dan te laat reageren voor de gewenste schadebeperking of procesbeveiliging. De keuze tussen rook-, warmte- en vlamdetectie hangt af van het te verwachten verschijnsel, de bereikbaarheid daarvan en de normale bedrijfsomstandigheden. Een aspiratiedetectiesysteem kan bijvoorbeeld lucht uit een moeilijk bereikbare behuizing bemonsteren.

Bij het aansturen van een brandwerende afsluiting is de detectie afgestemd op het voorkomen van rook- of brandverspreiding door de opening. De positie van melders moet dan verband houden met de plaats van de afsluiting en de mogelijke aanstroming van rook. Dat is een andere ontwerpvraag dan algemene brandontdekking in een grote ruimte. De toepasselijke norm- en productvoorwaarden bepalen welke lokale detectie en verbindingen nodig zijn.

Een object kan tevens worden beschermd door een lokale blusinstallatie. In dat geval moet duidelijk zijn wanneer de detectie alleen waarschuwt en wanneer zij daadwerkelijk een blusactie start. Eventuele voorwaarden voor alarmbevestiging, uitschakeling van het proces, voorwaarschuwing en handbediening worden vastgelegd in de stuurfunctiematrix. De veiligheidsmaatregelen voor personen moeten aansluiten op de gebruikte blusstof en de plaats waar die vrijkomt.

Objectbewaking kan een zelfstandig systeem zijn of gekoppeld worden aan de gebouwgebonden brandmeldinstallatie. Bij zo'n koppeling worden brandalarm, storing en buitenbedrijfstelling herkenbaar overgedragen voor zover die functies zijn vereist. Een potentiaalvrij contact alleen zegt weinig over de bewaking van de verbinding of de beschikbaarheid van het aangesloten systeem.

De afbakening staat in het Programma van Eisen of de andere ontwerpdocumenten. Daarin wordt ook beschreven wat buiten de bescherming valt. Verplaatsing van een machine, wijziging van ventilatie of uitbreiding van een schakelkast kan het detectiegedrag veranderen. Een succesvolle test van de elektrische alarmuitgang bewijst dan nog niet dat rook of warmte uit de nieuwe brandlocatie de detector op tijd bereikt.