NEN 6079
NEN 6079 is een Nederlandse norm voor het beoordelen van de brandveiligheid van grote brandcompartimenten met een risicobenadering en fysische brandmodellering. Artikel 4.51 van het Bbl biedt bij nieuwbouw rechtstreeks een route via NEN 6060 of NEN 6079 voor grotere compartimenten. Toepassing binnen die aanwijzing en normvoorwaarden vereist geen afzonderlijk beroep op gelijkwaardigheid volgens artikel 4.7 van de Omgevingswet. De methode richt zich op beperking van branduitbreiding en bevat voorwaarden voor het beoordelen van vluchten. Een gunstige uitkomst is geen algemene verklaring dat het gebouw aan alle brandveiligheidsregels voldoet.
De toepassing is begrensd door de in de norm omschreven gebruiksfuncties en situaties. NEN noemt onder meer gebouwen met een industrie-, sport- en kantoorfunctie. De methode kan daarom niet zonder beoordeling naar ieder gebouwtype of iedere combinatie van functies worden overgenomen. Bij de keuze worden de geldende normtekst, correcties, aanvullingen en bijzondere toepassingsvoorwaarden betrokken. Ook moet duidelijk zijn welk compartiment en welke grenzen in de analyse als te beschermen gebied worden beschouwd.
De risicobenadering beoordeelt de mogelijkheid dat een brand zich buiten het beschouwde gebied uitbreidt. Daarbij kunnen ontstaan en ontwikkeling van brand, het ingrijpen van maatregelen en het falen van scheidingen een rol spelen. De berekende overschrijdingskans wordt vergeleken met de volgens de methode aanvaardbare waarde. Een gebeurtenissenboom maakt inzichtelijk hoe verschillende vervolgontwikkelingen bijdragen. De gekozen kansen en brandmodellen moeten passen bij de uitvoering en het gebruik van het onderzochte gebouw.
NEN 6079 verschilt van NEN 6060, die voor grote brandcompartimenten werkt met beschreven maatregelpakketten en voorwaarden waarbij vuurbelasting een belangrijke rol speelt. Het zijn afzonderlijke methoden met eigen uitgangspunten. Gunstige onderdelen uit beide combineren levert niet automatisch een sluitende onderbouwing op. Een oplossing vraagt een samenhangende toepassing. Andere methoden of afwijkingen buiten de rechtstreeks aangewezen route kunnen wel een afzonderlijke onderbouwing van gelijkwaardigheid vragen; de juridische grondslag wordt per situatie vastgesteld. Ook eisen die uit een gekozen beveiligingsinstallatie zelf voortvloeien, moeten worden meegenomen.
De onderbouwing blijft afhankelijk van het gebouw zoals het daadwerkelijk wordt gebruikt. Opslaghoogte, inventaris, aanwezige functies en beschikbaarheid van installaties kunnen de uitkomst beïnvloeden. Gebruiksbeperkingen en vereiste voorzieningen moeten daarom herkenbaar worden overgedragen en in stand worden gehouden. Bij een andere huurder, gewijzigde opslag of uitbreiding is een nieuwe beoordeling nodig wanneer bepalende aannames veranderen. De rekenmethode biedt ruimte voor een afgewogen ontwerp, maar die ruimte blijft gekoppeld aan de maatregelen en voorwaarden waarop de berekende prestatie berust.