Natuurlijke rookafvoer

Natuurlijke rookafvoer gebruikt het drukverschil dat ontstaat doordat warme rook een lagere dichtheid heeft dan de buitenlucht. Rook stroomt via daarvoor ontworpen openingen in dak of gevel naar buiten, terwijl lager gelegen openingen vervangingslucht toevoeren. De afvoer zelf wordt niet door een ventilator aangedreven. Het systeem kan wel elektrische of pneumatische aandrijvingen nodig hebben om luiken en toevoeropeningen te openen.

De prestatie hangt af van de temperatuur van de rook, de hoogte tussen toevoer en afvoer, de beschikbare openingen en de invloed van wind. Een dakluik met een grote geometrische opening heeft niet automatisch een even grote effectieve afvoercapaciteit. Stromingsweerstand van luik, opstand en uitstroming verkleint de bruikbare doorlaat. Daarom wordt bij het ontwerp gewerkt met de aerodynamisch effectieve oppervlakte die bij het toegepaste product hoort.

NEN-EN 12101-2 behandelt natuurlijke rook- en warmteafvoertoestellen als product. NEN 6093 geeft systeem- en ontwerpeisen voor rook- en warmteafvoer. Het gebruik van een beproefd rookluik bewijst nog niet dat de volledige installatie voldoende presteert. Daarvoor moeten de verdeling van afvoeropeningen, de rookreservoirs, het ontwerpbrandscenario en de luchttoevoer gezamenlijk worden beschouwd. Een gewoon ventilatieraam is daardoor niet zonder onderbouwing een geschikt rookafvoertoestel.

De luchttoevoer vraagt minstens zoveel aandacht als de dakopeningen. Als onvoldoende lucht kan toestromen, neemt de afvoer af en kan een ongunstige drukverdeling ontstaan. Toevoer door deuren is alleen bruikbaar wanneer vaststaat dat die deuren bij het relevante scenario tijdig en voldoende ver openen. De positie en snelheid van de instromende lucht mogen de rooklaag en de benodigde vluchtroutes niet ongunstig beïnvloeden.

Het openen van een brandruimte verandert ook de brand. Extra zuurstof kan een ventilatiebeheerste brand laten groeien. Natuurlijke rookafvoer voorkomt daarom niet onder alle omstandigheden flashover en vervangt geen beoordeling van het brandverloop. Bij combinatie met sprinkler of andere blusinstallaties moeten activeringsvolgorde, afkoeling van rook en invloed op detectie worden meegenomen. Het beoogde doel kan vluchtveiligheid, ondersteuning van de brandweer of schadebeperking zijn.

Bij oplevering wordt gecontroleerd of alle noodzakelijke luiken, toevoeren en sturingen samen functioneren. Onderhoud moet ook sluitingen, aandrijvingen en de vrije uitstroming beoordelen. Nieuwe zonnepanelen, dakinstallaties of verbouwingen kunnen de windbelasting en rookafvoer veranderen. Bij een complexe geometrie kan aanvullende analyse met CFD nodig zijn, mits de berekeningsmethode geschikt en onderbouwd is. De werkelijke prestaties blijven gebonden aan de onderzochte scenario's.