Mechanische rookafvoer

Mechanische rookafvoer voert rook en warmte uit een ruimte af met ventilatoren. De rook bereikt de buitenlucht rechtstreeks of via een kanaalsysteem met afzuigpunten. De installatie kan gericht zijn op het beheersen van een rooklaag, het beperken van rookverspreiding of het ondersteunen van de brandweerinzet. Het gekozen doel bepaalt de beoordelingscriteria. Een installatie voor het afvoeren van rook na een brand bewijst bijvoorbeeld geen veilige vluchtomstandigheden tijdens de brand.

De benodigde volumestroom volgt uit het brandscenario, de vorm van de ruimte en de gewenste rookbeheersing. Alleen rekenen met een vast aantal luchtwisselingen per uur kan daarvoor onvoldoende zijn. De hoeveelheid aangevoerde rook hangt onder meer af van het brandvermogen en de lucht die in de rookpluim wordt meegesleept. Bij een groot hoogteverschil tussen brand en plafond kan die inmenging de af te voeren hoeveelheid sterk vergroten.

Een rook- en warmteventilator moet de gevraagde volumestroom leveren bij de weerstand van het volledige systeem. Kanalen, bochten, roosters, kleppen en uitblaasvoorzieningen veroorzaken drukverlies. Ook de rooktemperatuur beïnvloedt de bedrijfscondities. De temperatuurbestendigheid van de ventilator en de werkelijk geleverde afvoercapaciteit zijn verschillende prestaties die beide moeten worden aangetoond. Een vermelding van alleen het nominale debiet is onvoldoende voor de beoordeling.

Afzuigpunten moeten de rook bereiken zonder vooral schone lucht van onder de rooklaag mee te nemen. De verdeling over een rookreservoir en de toegestane opbrengst per punt volgen uit het ontwerp. Vervangingslucht moet via geschikte openingen binnenkomen. Als die toevoer ontbreekt, kan onderdruk deuren moeilijk bedienbaar maken en neemt het effectieve afvoerdebiet af. Luchtstromen door aangrenzende ruimten vragen afzonderlijke beoordeling.

NEN 6093 biedt een Nederlands kader voor rook- en warmteafvoersystemen. Voor afzonderlijke componenten gelden onder meer delen van NEN-EN 12101. Bij parkeergarages kunnen andere ontwerpkaders en doelstellingen spelen, waaronder rookbeheersing met stuwdrukventilatie. Ventilatoren voor dagelijkse luchtkwaliteit of koolmonoxidebeheersing zijn niet uitsluitend vanwege hun aanwezigheid geschikt voor rookafvoer bij brand. De brandstand, temperatuurbelasting en stroomvoorziening moeten passen bij die extra functie.

De samenhang tussen detectie, klepstanden, ventilatorstart en energievoorziening wordt in het ontwerp vastgelegd en tijdens beproeving gecontroleerd. Ook een foutmelding of uitgevallen ventilator vraagt een duidelijke reactie. Bij onderhoud moeten uitgeschakelde delen herkenbaar zijn en daarna weer correct worden vrijgegeven. Een nieuwe kanaalaftakking, gewijzigde roosterstand of aangepaste regeling kan de luchtbalans veranderen, ook wanneer de ventilator zelf ongewijzigd blijft.