Gezondheidszorgfunctie
Een gezondheidszorgfunctie is een gebruiksfunctie voor ruimten waar medisch onderzoek, verpleging, verzorging of behandeling plaatsvindt. Hieronder kunnen onder meer een ziekenhuisafdeling, behandelcentrum, huisartsenpraktijk en fysiotherapiepraktijk vallen. Het begrip ziet op gezondheidszorg voor mensen. Het gebouw als geheel kan daarnaast andere gebruiksfuncties bevatten, zoals een kantoor, restaurant of parkeergarage.
Voor brandveiligheid maakt het veel uit of sprake is van een gezondheidszorgfunctie met bedgebied. Patiënten kunnen slapen, bedgebonden zijn of door behandeling en medicatie tijdelijk onvoldoende zelfstandig handelen. Een polikliniek met overwegend mobiele bezoekers heeft daardoor andere evacuatievraagstukken dan een intensivecareafdeling. De relevante categorieën uit het Bbl moeten per gebouwdeel worden vastgesteld.
Een woonfunctie voor zorg heeft een andere bestemming. Dat onderscheid wordt beoordeeld aan de hand van de functie van de ruimten en de relatie tussen wonen en zorg. Een adresregistratie of de naam 'zorgcentrum' geeft geen volledige bouwkundige kwalificatie. Ook binnen één instelling kunnen beide gebruiksfuncties voorkomen.
Bij bedgebonden patiënten kan horizontale ontruiming naar een aangrenzend beschermd gebied onderdeel zijn van het veiligheidsconcept. Daarvoor zijn bruikbare verbindingsroutes, voldoende opvangruimte en een passende personeelsorganisatie nodig. De scheidingen moeten rook- en brandverspreiding zodanig beperken dat de verplaatsing onder de gekozen scenario's uitvoerbaar blijft. Een compartimentsgrens op tekening is op zichzelf geen bewijs dat er achter die grens plaats is voor bedden, apparatuur en begeleiders.
De noodzakelijke hulp kan meer omvatten dan het verplaatsen van een bed. Denk aan het veilig omgaan met infusen, beademing, zuurstofvoorzieningen en patiënten die niet direct uit een behandeling kunnen worden gehaald. Afspraken hierover horen thuis in het ontruimingsplan en moeten met zorgprofessionals worden uitgewerkt. Generieke ontruimingstijden zonder relatie met de behandeling en bezetting zijn hiervoor onvoldoende.
Branddetectie en alarmering moeten personeel een begrijpelijke melding geven en aansluiten bij de afgesproken acties. Deuren die voor dagelijks zorgverkeer openstaan, mogen het sluiten van een vereiste scheiding bij brand niet verhinderen. Veranderingen in afdelingsindeling, beddencapaciteit en nachtdienstbezetting worden daarom ook op hun brandveiligheidsgevolgen beoordeeld. Bij oefeningen kan de uitvoerbaarheid met simulaties en hulpmiddelen worden onderzocht zonder patiënten onnodig aan een daadwerkelijke verplaatsing bloot te stellen.