Gebruiksmelding brandveilig gebruik
Een gebruiksmelding voor brandveilig gebruik is een verplichte kennisgeving aan het bevoegd gezag voordat een bouwwerk in bepaalde gevallen wordt gebruikt. De meldingsplicht volgt uit het Bbl en hangt onder meer af van de gebruiksfunctie en het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig kan zijn. Ook bepaalde woonfuncties hebben een meldingsplicht. De melding geeft inzicht in de gebruikssituatie en de aanwezige brandveiligheidsvoorzieningen.
De beoordeling begint met de juiste indeling in gebruiksfuncties. Bij meerdere functies in één gebouw moeten de regels voor het optellen van personen en de uitzonderingen voor nevengebruiksfuncties worden gevolgd. Een algemene uitspraak dat ieder gebouw met meer dan vijftig personen meldingsplichtig is, is daarom onjuist. Voor sommige functies kan de gemeente binnen de wettelijke ruimte met een maatwerkregel de drempelwaarde aanpassen.
De melding wordt ten minste vier weken vóór het begin van het gebruik ingediend. Artikel 6.8 van het Bbl bepaalt welke gegevens en bescheiden nodig zijn. Daarbij horen, voor zover van toepassing, tekeningen met de indeling, bezetting, vluchtmogelijkheden en voorzieningen voor brandveiligheid. De informatie moet voldoende duidelijk zijn om de feitelijke situatie te kunnen beoordelen. Een onvolledige melding geldt niet als een volledige invulling van de meldplicht.
Een gebruiksmelding is geen vergunning en geen algemene verklaring dat het gebouw brandveilig is. De rechtstreeks werkende gebruiksregels blijven van toepassing. Waar dat wettelijk mogelijk en noodzakelijk is, kan het bevoegd gezag aanvullende gebruiksvoorwaarden vastleggen in een maatwerkvoorschrift. Het gemelde aantal personen is ook geen vrijstelling van de eisen aan bijvoorbeeld de doorstroomcapaciteit van deuren en trappen.
Wijzigingen vragen een nieuwe beoordeling van het dossier. Bij een fysieke verandering kunnen aangepaste gegevens en tekeningen nodig zijn. Wijkt het gebruik af van de eerder gemelde situatie, dan kan voor de nieuwe meldingsplichtige situatie een nieuwe melding vereist zijn. Een wisseling van eigenaar of huurder vraagt op zichzelf geen nieuwe gebruiksmelding; de melding is verbonden aan de zaak en het gebruik.
De melding behoort aan te sluiten op de organisatie van de brandveiligheid. De bezetting, ontruimingsafspraken en beschikbaarheid van hulp moeten overeenkomen met het daadwerkelijke gebruik. Een tijdelijke publieksactiviteit in een bedrijfsgebouw kan andere gevolgen hebben dan de dagelijkse kantoorbezetting. Ook zonder meldingsplicht blijft de specifieke zorgplicht gelden. Een beheerder moet dus blijven beoordelen of het gebruik binnen veilige en rechtmatige uitgangspunten plaatsvindt.