Gebruiksfunctie
Een gebruiksfunctie is volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) een gedeelte van één of meer bouwwerken dat dezelfde gebruiksbestemming heeft en samen een gebruikseenheid vormt. De gebruiksfunctie bepaalt welke technische en gebruikseisen van toepassing zijn. Zij wordt afgeleid uit het feitelijke en beoogde gebruik, niet uitsluitend uit de naam van een onderneming of ruimte op de tekening.
Het Bbl onderscheidt woonfunctie, bijeenkomstfunctie, celfunctie, gezondheidszorgfunctie, industriefunctie, kantoorfunctie, logiesfunctie, onderwijsfunctie, sportfunctie, winkelfunctie, overige gebruiksfunctie en bouwwerk geen gebouw zijnde. Binnen functies bestaan subfuncties, bijvoorbeeld kinderopvang, bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik of lichte industriefunctie. Deze nadere aanduiding kan de eisen wezenlijk beïnvloeden.
Eén gebouw kan meerdere gebruiksfuncties bevatten. Een ziekenhuis kan gezondheidszorg-, kantoor-, bijeenkomst- en industriefuncties omvatten. Een woning met een bedrijf aan huis kan uit een woonfunctie en andere functie bestaan. Gemeenschappelijke ruimten kunnen ten dienste staan van meerdere gebruiksfuncties. Oppervlakten en bezetting worden daarom zorgvuldig aan de juiste functie toegerekend.
Voor brandveiligheid beïnvloedt de gebruiksfunctie onder meer compartimentgrootte, vluchtroutes, brandmeldinstallatie, ontruimingsalarmering, noodverlichting en voorzieningen voor brandbestrijding. Zelfredzaamheid en slaap vormen belangrijke achtergronden. Een logiesfunctie of gezondheidszorgfunctie kan andere voorzieningen vragen dan een kantoor met dezelfde vloeroppervlakte.
Bezetting en gebruiksfunctie zijn verwant maar niet identiek. Een lage bezetting verandert een logiesfunctie niet vanzelf in kantoorfunctie, en incidenteel gebruik kan nog steeds maatgevend zijn. De beoordeling kijkt naar de structureel toegestane bestemming en naar voorzienbare piekbezetting. Voor ruimten met wisselend gebruik kan de zwaarste toegestane situatie bepalend zijn.
Een nevenfunctie staat ten dienste van een andere gebruiksfunctie, bijvoorbeeld een garage bij een woning. De kwalificatie heeft gevolgen voor de toepasselijke voorschriften en oppervlaktetoerekening. In een gemengd gebouw wordt niet gemakshalve de grootste functie op alles toegepast; ieder relevant gedeelte krijgt een gemotiveerde indeling.
De gebruiksfunctie moet worden onderscheiden van de planologische functie in het omgevingsplan en van alledaagse termen als “bedrijfsruimte”. Een activiteit kan ruimtelijk zijn toegestaan terwijl de technische uitwerking voor de gekozen Bbl-gebruiksfunctie niet voldoet. Bij vergunning en ontwerp worden beide kaders afzonderlijk gecontroleerd.
Een functiewijziging kan zonder grote bouwkundige ingreep toch brandveiligheidsgevolgen hebben. Het veranderen van kantoor naar logies, of opslag naar publieksruimte, wijzigt bezetting, brandrisico en vluchtgedrag. Vooraf wordt bepaald welke regels voor verbouw, bestaande bouw en gebruik gelden en of een vergunning of gebruiksmelding nodig is.
In rapporten wordt per bouwdeel en verdieping een eenduidige functiematrix en tekening opgenomen. Bij gemengd gebruik worden nevenfuncties en gemeenschappelijke ruimten benoemd. Zo vormt de gebruiksfunctie de juridisch-technische koppeling tussen het werkelijke gebouwgebruik en de concrete prestaties die het Bbl verlangt.