Geboorde bluswaterput
Een geboorde bluswaterput is een voorziening waarmee grondwater wordt onttrokken voor de bestrijding van brand. De put wordt door een boring verbonden met een geschikte watervoerende bodemlaag en voorzien van een aansluiting of pompvoorziening. Zij kan uitkomst bieden wanneer het leidingnet onvoldoende water levert of wanneer geen bruikbaar open water aanwezig is. De gangbare vakterm is ook geboorde brandput.
De opbrengst hangt af van de bodemopbouw, de doorlatendheid van de watervoerende laag en de uitvoering van de put. Een grote boordiameter alleen garandeert geen hoog debiet. Tijdens het onttrekken daalt de waterstand in en rond de put. Het ontwerp moet rekening houden met die afpomping en met de waterstand die gedurende de beoogde leveringsduur overblijft. Een kortstondig gemeten opbrengst kan daardoor een te gunstig beeld geven.
Er bestaan uitvoeringen waarbij de pomp van een tankautospuit het water aanzuigt en uitvoeringen met een vaste onderwaterpomp. Bij aanzuigen is het hoogteverschil tussen pomp en werkelijke waterstand een belangrijke beperking. Een onderwaterpomp heeft andere voorwaarden, waaronder een passende voeding en bediening. In beide gevallen moeten de aansluiting, de bereikbaarheid en de pompcapaciteit aansluiten op de afgesproken brandweerinzet.
Richtlijn SIKB 2200 behandelt het ontwerpen, realiseren, opleveren, beheren en onderhouden van geboorde brandputten. De richtlijn is een kennis- en adviesdocument en heeft op zichzelf geen wettelijke status. Zij kan wel onderdeel zijn van contractafspraken of decentrale regels. Los daarvan moeten voor het boren en onttrekken de toepasselijke bodem- en waterregels worden beoordeeld. Dat onderzoek hoort vooraf te gebeuren, ook wanneer de put uitsluitend voor calamiteiten is bestemd.
Bij oplevering zijn een gedocumenteerde putopbouw en een representatieve capaciteitstest nodig om de afgesproken prestatie te kunnen beoordelen. Noteer behalve de opbrengst ook de waterstandsverlaging en de omstandigheden van de meting. Zo ontstaat een vergelijkingsbasis voor latere controles. De aansluiting moet herkenbaar, beschermd en toegankelijk zijn; ongewenste instroom van oppervlaktewater of verontreiniging kan de bron aantasten.
Tijdens de levensduur kunnen afzettingen, verstopping en veranderingen in grondwaterstanden de opbrengst verminderen. Periodieke metingen moeten daarom meer opleveren dan de constatering dat er water uit de put komt. Vergelijk de resultaten met eerdere proeven en de benodigde bluswatervoorziening. Leg vast wie afwijkingen beoordeelt, onderhoud uitvoert en een tijdelijk capaciteitsverlies aan de betrokken partijen meldt.