Functiewijziging
Een functiewijziging is het veranderen van de gebruiksfunctie van een bouwwerk of een gedeelte daarvan. Een kantoor kan bijvoorbeeld woningen worden en een opslagruimte kan worden ingericht voor bijeenkomsten. De wijziging kan gevolgen hebben voor brandveiligheid zonder dat alle bouwdelen worden aangepast. De eisen hangen immers mede af van wat mensen in het gebouw doen en welke risico's daarbij horen.
Het Bbl gaat bij functiewijziging in beginsel uit van het niveau voor bestaande bouw voor de nieuwe gebruiksfunctie. Die regels gelden voor het gedeelte waarop de wijziging betrekking heeft. Voor gemeenschappelijke constructies, ruimten en voorzieningen moeten de eisen van de daarop aangewezen functies in samenhang worden beschouwd. Een gemeenschappelijke trap kan daardoor aandacht vragen, ook als de trap zelf niet wordt verbouwd.
De hoofdregel kent uitzonderingen. Bij wijziging naar een woonfunctie gelden onder meer specifieke regels voor rookwerendheid van bepaalde scheidingen, zelfsluitendheid en rookmelders. Voor de bedoelde scheiding tussen een beschermd subbrandcompartiment en een besloten ruimte met een beschermde route, een beschermde vluchtroute of een extra beschermde vluchtroute kan een weerstand bij rookdoorgang R200 vereist zijn. De precieze begrenzing volgt uit het toepasselijke voorschrift.
Als voor de nieuwe functie fysieke aanpassingen nodig zijn, is tevens sprake van verbouw. Voor die ingrepen gelden de verbouwregels, waarin het rechtens verkregen niveau en specifieke prestatie-eisen een rol hebben. Een bestaande tweede vluchtroute kan bijvoorbeeld niet zonder beoordeling worden verwijderd. Een functiewijziging is geen algemene mogelijkheid om eerder aanwezige brandveiligheid tot een lager niveau terug te brengen.
Naast de bouwtechnische toets moet worden gecontroleerd of het omgevingsplan het nieuwe gebruik toestaat. Ook kan een gebruiksmelding voor brandveilig gebruik nodig zijn of moet een bestaande melding worden aangepast. Tijdelijk gebruik heeft niet automatisch lichtere technische eisen. Een tijdelijke logiesfunctie blijft bijvoorbeeld verblijf van slapende personen, met bijbehorende aandacht voor tijdige alarmering en rookverspreiding.
De beoordeling begint met een nauwkeurige beschrijving van het beoogde gebruik. Aanwezigheid tijdens de nacht, aantallen personen, bekendheid met het gebouw en behoefte aan hulp kunnen de veiligheidsopgave veranderen. Daarna worden compartimentering, vluchtmogelijkheden, installaties en organisatie als geheel gecontroleerd. Een geslaagde transformatie vraagt dat de indeling, technische voorzieningen en dagelijkse exploitatie op dezelfde uitgangspunten berusten. De nieuwe functie wordt daarom ook verwerkt in de brandveiligheidstekeningen en beheerinstructies.