Functiebehoud
Functiebehoud is het gedurende een vastgestelde tijd beschikbaar blijven van een vereiste functie onder brandomstandigheden. Bij elektrische brandveiligheidsinstallaties gaat het vooral om verbindingen die informatie of energie overbrengen. Een ontruimingsalarm, rookbeheersingsinstallatie of andere veiligheidsvoorziening mag niet voortijdig uitvallen doordat brand een daarvoor benodigde transmissieweg onderbreekt. De gewenste bedrijfsduur volgt uit de functie en de voorschriften die voor de installatie gelden.
NPR 2576 beschrijft uitvoeringsmogelijkheden voor transmissiewegen met functiebehoud bij brand. Het onderwerp omvat meer dan de keuze van een kabel. Kabel, verbindingen, bevestigingen, draagconstructie en de omgeving vormen samen de verbinding die moet blijven functioneren. Een brandbestendige kabel die aan een vroeg bezwijkende ondersteuning hangt, levert geen aangetoonde beschikbaarheid voor de vereiste tijd.
Er bestaan verschillende manieren om de verbinding te beschermen, bijvoorbeeld met een daarvoor beoordeeld kabelsysteem of door een passende bouwkundige bescherming. De geldige toepassing hangt af van de gekozen oplossing en haar onderbouwing. De ondergrond waarin bevestigingen worden aangebracht en de belasting van de draagconstructie moeten daarbij passen. Ook andere leidingen of installatiedelen die bij brand op het kabelsysteem kunnen vallen, verdienen aandacht.
Functiebehoud moet worden onderscheiden van de brandreactie van de kabel. Een kabel met beperkte brandvoortplanting, geringe rookproductie of een halogeenvrije mantel behoudt niet automatisch zijn elektrische werking tijdens brand. Omgekeerd zegt een beproefde elektrische werking onder brandbelasting niet alles over de hoeveelheid rook die de kabel kan produceren. Deze eigenschappen hebben verschillende beoordelingscriteria en worden afzonderlijk gekozen voor de toepassing.
Ook de systeemopbouw kan van invloed zijn op de vereiste bescherming. Een verbinding kan na een brandmelding nog langdurig nodig zijn om informatie over te brengen of apparatuur van energie te voorzien. Een andere verbinding hoeft uitsluitend een eenmalige actie tot stand te brengen, mits de daaropvolgende veilige toestand aantoonbaar behouden blijft. Zulke verschillen worden beoordeeld vanuit de installatievoorschriften en de stuurfunctiematrix, zonder algemene vrijstelling op grond van één kabeltype of schakeling.
Een noodvoeding en functiebehoud behandelen verschillende oorzaken van uitval. Een beschikbare accu helpt niet als de verbinding naar de verbruiker bezwijkt. Bij inspectie wordt daarom de volledige vereiste route gevolgd, inclusief aftakkingen, klemmenkasten en aansluitingen. Latere uitbreidingen mogen de beproefde montagevoorwaarden niet doorbreken, bijvoorbeeld door extra gewicht op een kabelgoot of door gebruik van ongeschikte bevestigingsmiddelen.