Fractional Effective Dose (FED)

Fractional Effective Dose, afgekort FED, is een maat waarmee de opgelopen blootstelling aan bepaalde schadelijke effecten van brand wordt gerelateerd aan een referentiedosis voor een gekozen effect. De grootheid is dimensieloos. Een FED-berekening houdt rekening met concentratie of thermische belasting én blootstellingsduur. Zij wordt toegepast bij analyses van tenability, bijvoorbeeld om te beoordelen of rookblootstelling het vermogen van personen om te vluchten kan aantasten.

Bij een toxicologische FED wordt de bijdrage van relevante verstikkende gassen en andere in de methode opgenomen factoren in de tijd bepaald. Afhankelijk van het model worden onder meer koolmonoxide, waterstofcyanide, zuurstoftekort en de invloed van kooldioxide meegenomen. De precieze vergelijkingen en combinatieregels verschillen per methode. Concentraties simpelweg optellen levert daarom geen FED op. Irriterende effecten worden vaak met een Fractional Effective Concentration, FEC, beschreven, die een andere betekenis en beoordelingswijze heeft.

Een waarde van 1 betekent dat de referentiedosis van de gebruikte methode is bereikt. Wat die dosis vertegenwoordigt, hangt af van het gekozen effectmodel en de onderzochte populatie. FED = 1 is dus geen universele scheidslijn tussen leven en dood. Evenmin betekent een lagere waarde dat iedere persoon onder alle omstandigheden veilig blijft. Bij ontwerpcriteria kunnen lagere grenzen worden gehanteerd om gevoelige personen en onzekerheid mee te nemen. De herkomst en betekenis van zo'n grens moeten steeds worden vermeld.

De blootstelling hangt samen met de positie van de persoon in de tijd. Iemand die vóór een rookfront uitloopt, ondervindt andere concentraties dan iemand die blijft wachten. Een gekoppelde analyse gebruikt daarom waar passend het traject uit de ontruimingsberekening en het tijdafhankelijke rookveld. De periode vóór het doelgericht vluchten telt daarbij ook mee. Een berekening die alleen tijdens het lopen dosis opbouwt, kan de blootstelling gedurende de pre-movementtijd onderschatten.

De betrouwbaarheid wordt mede bepaald door de voorspelde gasconcentraties en de brongegevens voor rookproductie. Vooral ondergeventileerde verbranding kan andere opbrengsten geven dan een goed geventileerde materiaalproef. Verder beschrijft een toxicologische FED niet automatisch alle redenen waarom vluchten faalt. Slecht zicht, irriterende rook of te hoge warmtestraling kunnen eerder beperkend zijn. De uitkomst wordt daarom samen met andere criteria gebruikt bij de bepaling van ASET.