Extra beschermde vluchtroute

Een extra beschermde vluchtroute is het gedeelte van een beschermde vluchtroute dat buiten een brandcompartiment ligt. De plaats buiten het brandcompartiment vormt het belangrijkste onderscheid met een beschermde vluchtroute. Het ontwerp beperkt daarmee de kans dat een brand in een aangrenzend compartiment het vluchten snel onmogelijk maakt.

Een veelvoorkomend voorbeeld is een besloten trappenhuis dat bouwkundig is afgescheiden van de ruimten op de verdiepingen. Ook een gang of andere verkeersruimte kan onderdeel zijn van een extra beschermde vluchtroute. De term beschrijft de status van het traject. Hij schrijft niet één vast type trappenhuis of één universeel pakket materiaal- en deureisen voor. De toepasselijke eisen volgen uit de gebruiksfunctie, het niveau voor nieuwbouw of bestaande bouw en de specifieke situatie.

Extra bescherming kan nodig zijn wanneer personen over één route moeten vluchten, bij bepaalde slaapfuncties of vanwege een hoogteverschil in een trappenhuis. Bij nieuwbouw is bijvoorbeeld een vluchtroute in een trappenhuis waarin meer dan acht meter hoogteverschil wordt overbrugd in beginsel extra beschermd. Voor de volledige beoordeling worden alle relevante leden en uitzonderingen van het Bbl betrokken. Het aantal aanwezige verdiepingen alleen geeft geen sluitend antwoord.

De aangrenzende bouwdelen moeten de voorgeschreven weerstand tegen brand- en rookdoorgang leveren. Daarbij tellen ook deuren, aansluitingen en installatiedoorvoeringen mee. Een brandwerende deur biedt haar beoogde prestatie alleen in de daarvoor beoordeelde uitvoering en toestand. Naast de scheidingen zijn de brandreactie van afwerkingen, vrije doorgang en het beperken van brandgevaarlijke inrichting van belang. Voor gemeenschappelijke vluchtroutes van woongebouwen gelden bovendien specifieke gebruiksregels voor aanwezige objecten.

Extra beschermd betekent niet dat een route onder alle brandscenario's onbeperkt bruikbaar blijft. Bij de beoordeling van opvangcapaciteit worden daarom de toegestane wachttijden en verdere uitstroom betrokken. Een trappenhuis kan voldoende bescherming hebben en toch onvoldoende capaciteit bieden. In het beheer worden zowel de bouwkundige begrenzing als de dagelijkse inrichting gecontroleerd. Opslag, openstaande deuren of een later aangebrachte kabelgoot kunnen de uitgangspunten aantasten zonder dat de benaming op de plattegrond verandert.