Brandwerendheid
Brandwerendheid is het vermogen van een bouwdeel om bij een voorgeschreven brandbelasting gedurende een bepaalde tijd aan vastgelegde prestatiecriteria te blijven voldoen. Die criteria kunnen betrekking hebben op draagvermogen, het tegenhouden van vlammen en hete gassen, warmte-isolatie en warmtestraling. De aanduiding krijgt pas betekenis als duidelijk is welk bouwdeel, welke criteria, welke tijdsduur en welke richting van blootstelling zijn beoordeeld.
In Europese classificaties staat R voor draagvermogen, E voor vlamdichtheid, I voor thermische isolatie en W voor beperking van warmtestraling. Een dragende, scheidende vloer kan bijvoorbeeld REI 60 zijn geclassificeerd. Een niet-dragende wand kan EI 60 hebben. Een beglaasde scheiding met EW 60 beperkt gedurende de geclassificeerde tijd vlamdoorgang en straling, maar heeft daarmee geen EI 60-classificatie. Welke combinatie nodig is, volgt uit de functie van het bouwdeel en het toepasselijke beoordelingskader.
Het getal is een tijd in minuten onder de beoordelingsomstandigheden. Het voorspelt geen exact bezwijkmoment tijdens iedere werkelijke brand. Brandontwikkeling, ventilatie, belasting en koeling kunnen in een gebouw afwijken van de beproeving. Binnen Fire Safety Engineering kan daarom ook het gedrag bij een onderbouwd natuurlijk brandscenario worden onderzocht. De gekozen beoordelingsroute moet passen bij het veiligheidsdoel. Ook opgelegde belastingen en de ondersteuning van het bouwdeel moeten overeenkomen met de gebruikte onderbouwing.
Brandwerendheid verschilt van brandreactie, die beschrijft hoe een product bijdraagt aan het ontstaan en ontwikkelen van brand. Een onbrandbaar materiaal vormt niet vanzelf een brandwerende constructie. Ook de WBDBO is een ander begrip: die betreft branduitbreiding tussen ruimten langs mogelijke trajecten, waarbij bouwdelen een bijdrage kunnen leveren.
Een prestatie geldt voor een samenstelling. Bij een wand zijn onder meer hoogte, beplating, stijlen, aansluitingen en bevestigingen relevant. Bij een deur horen kozijn, beslag, afdichtingen en montage daarbij. Een proef met één opbouw rechtvaardigt geen willekeurige vervanging van onderdelen. Het classificatierapport en het daarin beschreven toepassingsgebied bepalen welke varianten zijn gedekt.
In tekeningen en bestekken worden criteria, duur en richting afzonderlijk vastgelegd. Daardoor kan een leverancier een passende oplossing aanbieden en kan de uitvoering daarop worden gecontroleerd. Tijdens gebruik vragen beschadigingen, nieuwe sparingen en verplaatste installaties opnieuw aandacht. De vereiste prestatie moet immers behouden blijven in het werkelijk aanwezige bouwdeel.