Brandwerend glas

Brandwerend glas is glas dat als onderdeel van een beglaasde constructie een vastgestelde brandwerende prestatie levert. Het wordt toegepast in ramen, deuren, binnenwanden en gevels waar daglicht of zicht gewenst is, terwijl de constructie ook brand moet tegenhouden. De beoordeling betreft de combinatie van glas, kozijn, bevestiging, glasoplegging en afdichting.

De prestatie wordt uitgedrukt met criteria uit de classificatie voor brandwerendheid. E heeft betrekking op vlamdichtheid. EW voegt een beperking van de warmtestraling toe, terwijl EI ook grenzen stelt aan de temperatuurstijging aan de niet-verhitte zijde. Een EW-classificatie is daardoor niet gelijk aan een EI-classificatie met hetzelfde aantal minuten. Welk criterium nodig is, hangt af van de functie en positie van de beglaasde scheiding.

Er bestaan verschillende werkingsprincipes. Bepaalde glassoorten zijn bestand tegen grote temperatuurverschillen; andere bevatten coatings of tussenlagen die tijdens verhitting veranderen. Bij sommige meerlaagse producten vormt zich een ondoorzichtige isolerende laag. De samenstelling bepaalt mede voor welke classificatie het glas geschikt is. Gewoon gehard glas of draadglas mag niet op grond van zijn naam als een passende brandwerende beglazing worden beschouwd.

Het classificatierapport en de bijbehorende montagegegevens leggen de grenzen van de toepassing vast. Onder meer ruitafmetingen, verhouding tussen hoogte en breedte, kozijnmateriaal, sponningdiepte en bevestiging kunnen van belang zijn. Ook de richting van de brandbelasting verdient controle. Bij asymmetrische beglazing of samengestelde isolatieruiten kan het resultaat aan de ene zijde verschillen van dat aan de andere. Dikker glas, een ander kozijn of een afwijkende kit is daarom niet vanzelf een gelijkwaardige vervanging.

In een brandwerende deur maakt het glas deel uit van de beoordeelde deurconstructie. Een afzonderlijk aangetoonde ruit kan niet zonder controle in ieder deurblad worden aangebracht. Naast brandveiligheid kunnen eisen aan doorvalveiligheid, letselveiligheid, inbraakwering en thermische isolatie gelden. Deze eigenschappen moeten in dezelfde gekozen uitvoering verenigbaar zijn; een verklaring voor één eigenschap dekt de andere niet.

Bij vervanging is de oorspronkelijke productidentificatie waardevol. Oppervlakkig gelijkende ruiten kunnen technisch sterk verschillen. Controleer daarom de beschikbare markering en documentatie, de toestand van de randen en de uitvoering van de glaslatten en afdichtingen. Beschadigde tussenlagen of ongeoorloofde bewerkingen kunnen een reden zijn om de geschiktheid opnieuw door de systeemleverancier te laten beoordelen.