Brandstofbeheerste brand
Een brandstofbeheerste brand is een brand waarbij de eigenschappen, hoeveelheid en beschikbaarheid van de brandstof de verbrandingssnelheid bepalen, terwijl voldoende zuurstof kan worden toegevoerd. De term brandstofgecontroleerde brand heeft dezelfde betekenis. Het brandvermogen wordt dan onder meer beïnvloed door het blootgestelde oppervlak, de wijze van opstelling en de snelheid waarmee brandbare gassen vrijkomen. Een brandstofbeheerste brand kan zowel klein en langzaam als groot en snel ontwikkelend zijn.
Bij een vaste brandstof moet warmte doorgaans eerst materiaal opwarmen en ontleden voordat een vlammende verbranding kan worden onderhouden. Dit proces heet pyrolyse. De warmteterugkoppeling vanuit vlammen en omgeving bepaalt mede de gasafgifte. Bij een vloeistof speelt verdamping een belangrijke rol. Daardoor kan dezelfde massa brandstof zeer verschillend branden: een compact object heeft een andere verhouding tussen massa en oppervlak dan dun verdeelde delen of materiaal in een open stelling.
De term zegt dus weinig over de totale aanwezige energie. Een voorraad die grotendeels is afgeschermd, hoeft niet gelijktijdig aan de brand deel te nemen. Omgekeerd kunnen een verticale opstelling en kleine onderlinge afstanden de uitbreiding naar volgende oppervlakken versnellen. De vergelijking tussen brandproeven en een werkelijke opslag vraagt daarom aandacht voor verpakking, oriëntatie en bereikbaarheid van de brandstof voor warmte. Alleen de chemische samenstelling benoemen is onvoldoende om een groeicurve te kiezen.
Brandstofbeheersing is een toestand die tijdens de brand kan veranderen. Een beginnende kamerbrand beschikt soms over voldoende zuurstof, waarna de brand bij verdere groei ventilatiebeheerst raakt. Later kan een geopende deur of gebroken ruit opnieuw meer zuurstof toelaten. In de afnamefase kan juist uitputting van de beschikbare brandstof de warmteafgifte beperken. Eén vaste kwalificatie voor het gehele incident kan deze overgangen verbergen.
Voor het ontwerp is dit onderscheid bruikbaar bij de keuze van brandproefgegevens, brandvermogen en rookproductie. Een vrijbrandende proef geeft vooral informatie over de geteste configuratie onder de betreffende ventilatiecondities. De resultaten moeten worden aangepast of aanvullend beoordeeld wanneer opsluiting, bestraling of zuurstoftekort anders zijn. Ook brandbeperkende maatregelen kunnen de beschikbaarheid van brandstof veranderen, bijvoorbeeld door koeling of het afschermen van oppervlakken.