Brandkraan

Een brandkraan is een afsluitbare aansluiting op een waterleiding waarmee de brandweer water kan afnemen. De kraan kan onderdeel zijn van de openbare drinkwatervoorziening of van een particulier bluswaternet. Via passende aansluitmiddelen wordt water naar een voertuigpomp of ander blusmiddel gevoerd. De aanwezigheid van een kraan zegt op zichzelf nog niet hoeveel water tijdens een brand daadwerkelijk beschikbaar is.

Bij een ondergrondse brandkraan bevindt de aansluiting zich onder een afdekking in het maaiveld. De brandweer plaatst daarvoor doorgaans een opzetstuk. Een bovengrondse brandkraan heeft aansluitingen boven het maaiveld en is direct herkenbaar. De uitvoeringen stellen verschillende eisen aan bescherming, ruimte en bediening. Markeringen en plaatsaanduidingen helpen de kraan te vinden wanneer duisternis, rook of een onoverzichtelijke terreininrichting het zicht beperkt.

De bruikbare opbrengst hangt samen met de druk en capaciteit van het voedende net, de leidingdiameters en gelijktijdige afname. Een meting van alleen de statische druk toont niet aan dat het benodigde debiet geleverd kan worden. Bij afname daalt de beschikbare druk door stromingsweerstanden. Voor het ontwerp van een particuliere bluswatervoorziening moet daarom duidelijk zijn onder welke omstandigheden de opgegeven prestaties gelden.

Voor ondergrondse en bovengrondse brandkranen bestaan afzonderlijke Europese productnormen, respectievelijk NEN-EN 14339 en NEN-EN 14384. Productconformiteit betreft de kraan zelf en bewijst niet dat een compleet terrein voldoende bluswater heeft. De aansluiting moet passen bij het materieel van de hulpdiensten. Ook de positie ten opzichte van de opstelplaats en de mogelijkheid om slangen aan te sluiten vragen afzonderlijke aandacht.

Een brandkraan moet tijdens een incident vindbaar en bedienbaar zijn. Parkeren, pallets, begroeiing of een laag nieuwe bestrating kunnen de toegang blokkeren. Bij ondergrondse uitvoering moet de afdekking bereikbaar blijven en moet het opzetstuk kunnen worden geplaatst. Voor kranen op een afgesloten bedrijfsterrein moeten de toegangsafspraken aansluiten op de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Een zichtbare kraan achter een niet te openen hek is operationeel niet beschikbaar.

Controle en onderhoud worden afgestemd op het type kraan, het voedende net en de gemaakte beheerafspraken. Daarbij zijn lekkage, beschadiging, bediening en de staat van aansluitingen relevante punten. Beproeven of spoelen vraagt afstemming met de netbeheerder, zeker bij een openbare waterleiding. Na vervanging van leidingen of wijziging van het terrein moeten locatiegegevens en beschikbare capaciteit opnieuw worden beoordeeld.