Brandgevaarlijk dak

Brandgevaarlijk dak is een begrip uit de bouwregelgeving voor het gedrag van de bovenzijde van een dak bij een brandbelasting van buitenaf. De beoordeling richt zich op de mogelijkheid dat het dak door bijvoorbeeld vliegvuur of stralingswarmte bij een brand betrokken raakt. Een dak dat volgens de aangewezen bepalingsmethode niet brandgevaarlijk is, biedt onder de onderzochte omstandigheden weerstand tegen deze vorm van ontsteking en verspreiding.

Het begrip moet worden onderscheiden van de brandwerendheid van de dakconstructie. Een brandwerende onderzijde kan bescherming bieden tegen brand vanuit het gebouw, maar bewijst niet dat een brand op de bovenzijde voldoende wordt beperkt. Omgekeerd zegt een niet-brandgevaarlijke dakbedekking op zichzelf niets over de draagkracht van de dakconstructie tijdens een binnenbrand. Ook de brandklasse van een afzonderlijk materiaal is een andere eigenschap.

Het Bbl bevat bij nieuwbouw een eis aan de bovenzijde van daken in artikel 4.47, met NEN 6063 als bepalingsmethode. De toepasselijkheid en uitzonderingen moeten voor het concrete bouwwerk worden vastgesteld. Daarbij spelen onder meer de hoogte van vloeren en de afstand van brandgevaarlijke dakdelen tot de relevante perceelsgrens een rol. Alleen verwijzen naar een afstandsmaat zonder de overige voorwaarden te beoordelen, geeft daarom geen volledige toets.

Een dak bestaat doorgaans uit meerdere lagen. Dakbedekking, ondergrond, isolatie, bevestiging en eventuele beschermlagen kunnen samen bepalend zijn voor het resultaat. De onderbouwing moet passen bij de werkelijk aangebrachte opbouw. Ook bij een rieten dak moet onderscheid worden gemaakt tussen de constructieve uitvoering, zoals een schroefdak, en de aangetoonde prestatie van de bovenzijde. Een beoordeling van brandwerendheid vanuit de woning vervangt de toets op brandgevaarlijkheid niet.

NEN 6063 houdt verband met Europese beproeving en classificatie voor externe brandbelasting van daken. Europese dakclassificaties bevatten aanduidingen van de gebruikte beproevingsmethode. Zulke aanduidingen zijn niet zonder controle onderling uitwisselbaar. Bij bijzondere dakopbouwen, waaronder begroeiing en zonnepanelen, moet worden nagegaan of de beschikbare onderbouwing de feitelijke toepassing dekt.

Wijzigingen op een bestaand dak kunnen de brandveiligheid beïnvloeden zonder dat de oorspronkelijke dakbedekking wordt vervangen. Denk aan nieuwe installaties, doorvoeringen of een andere ballastlaag. Leg bij ontwerp en beheer daarom vast welke dakopbouw is beoordeeld en welke randvoorwaarden gelden. Neem daarbij ook mogelijke brandoverslag naar andere ruimten en de aansluiting op brandscheidingen mee.