Bluswateropvang
Bluswateropvang is het verzamelen en tijdelijk vasthouden van water dat bij brandbestrijding of koeling vrijkomt. Het doel is te voorkomen dat verontreinigd water ongecontroleerd in bodem, oppervlaktewater of riolering terechtkomt. Bluswater kan brandresten, vrijgekomen producten en bestanddelen van blusmiddelen bevatten. De benodigde opvang hangt daarom samen met zowel het brandscenario als de stoffen en processen op de locatie.
Een opvangvoorziening kan bestaan uit een afgescheiden vloeroppervlak, een bassin, een tank of een stelsel dat naar een geschikte opvangruimte afvoert. Ook afsluitbare afwatering kan onderdeel zijn van het ontwerp. De voorzieningen moeten samen een werkende route vormen. Een voldoende groot bassin heeft weinig betekenis wanneer het water er niet naartoe stroomt of onderweg via kolken en openingen naar de omgeving verdwijnt.
De capaciteit wordt bepaald vanuit de relevante toevoeren en de tijd waarin die kunnen optreden. Daarbij kunnen water uit een vaste blusinstallatie, inzet door de brandweer, uitgestroomd product en neerslag een rol spelen. Niet ieder scenario vraagt om dezelfde combinatie. Productopvang en bluswateropvang moeten in samenhang worden berekend: een volume dat al door gelekte vloeistof wordt ingenomen, is niet nogmaals beschikbaar voor bluswater.
Regels voor opvang kunnen voortvloeien uit voorschriften voor milieubelastende activiteiten, vergunningen en toepasselijke PGS-richtlijnen. PGS 15 behandelt opvang bij opslag van verpakte gevaarlijke stoffen; PGS 37-2 kent maatregelen voor bepaalde opslagsituaties met lithiumhoudende energiedragers. De toepassingsvoorwaarden en de juridisch aangewezen versie zijn bepalend. Een capaciteitseis voor één opslagcategorie mag niet zonder beoordeling worden overgenomen voor iedere bedrijfsruimte of batterijopstelling.
Bij de technische uitwerking zijn dichtheid, chemische bestendigheid en gedrag tijdens brand van belang. Een afsluiter moet ook onder de voorziene incidentomstandigheden bediend kunnen worden. Als menselijk handelen nodig is, moeten bereikbaarheid, reactietijd en instructie passen bij het scenario. De voorziening mag de vluchtroutes en inzetplaatsen niet onbruikbaar maken. De koppeling met een schuimblusinstallatie vraagt aandacht voor het werkelijke water- en schuimgebruik.
Na een incident moet het opgevangen mengsel worden beoordeeld voordat het wordt afgevoerd of verwerkt. De afvoerroute hangt af van de samenstelling en de toepasselijke regels. Ook tijdens normaal gebruik moet de opvangcapaciteit beschikbaar blijven; regenwater, slib of opslag kunnen die verminderen. Neem bediening en controle op in het bedrijfsnoodplan en het beheer. Wijziging van opslag, blusmiddel of bestrijdingsstrategie kan aanleiding zijn om het ontwerp opnieuw door te rekenen.