Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Het Besluit activiteiten leefomgeving, afgekort Bal, bevat landelijke regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voor brandveiligheid gaat het vooral om milieubelastende activiteiten waarbij brand, explosie of het vrijkomen van gevaarlijke stoffen gevolgen kan hebben voor de omgeving. Voorbeelden zijn bepaalde opslagen, productieprocessen en installaties met brandbare gassen of vloeistoffen. Het besluit is onderdeel van het stelsel van de Omgevingswet.
De toepasselijkheid begint bij de activiteit. Hoofdstuk 3 wijst milieubelastende activiteiten aan en bepaalt welke onderdelen vergunningplichtig zijn. Via de betreffende paragraaf wordt duidelijk welke inhoudelijke regels uit andere hoofdstukken gelden. De omschrijving van een activiteit kan ook functioneel ondersteunende activiteiten omvatten. Alleen de naam van het bedrijf of de hoofdactiviteit bekijken kan daardoor een onvolledig beeld geven.
Het Bal kan eisen bevatten over het voorkomen van lekkage, ontsteking en uitbreiding van incidenten, over veiligheidsafstanden en over technische beveiligingen. Voor een aantal activiteiten verwijst het naar richtlijnen uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. De toepasselijke voorschriften en aangewezen versie moeten worden vastgesteld aan de hand van de wettelijke verwijzing. De beschikbaarheid van een nieuwe PGS-richtlijn betekent op zichzelf niet dat alle maatregelen daaruit al rechtstreeks verplicht zijn.
Het Bal en het Bbl kunnen tegelijkertijd relevant zijn. Een opslaghal heeft bouwkundige brandveiligheidseisen, terwijl voor de opslagactiviteit aanvullende milieuregels kunnen gelden. De compartimentsgrenzen, opslagvoorwaarden, blusinstallatie en opvang van verontreinigd bluswater moeten dan op elkaar aansluiten. Een overeenkomstige brandwerendheidswaarde betekent niet vanzelf dat ook de overige voorwaarden van beide kaders gelijk zijn.
Voor aangewezen milieubelastende activiteiten geldt daarnaast een specifieke zorgplicht. Die verlangt aandacht voor voorzienbare nadelige gevolgen en de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om deze te voorkomen of te beperken. Ook wanneer een activiteit onder algemene regels valt, kan projectspecifiek maatwerk aan de orde zijn. Bij vergunningplichtige activiteiten moeten de geldende vergunningvoorschriften afzonderlijk worden meegenomen.
Een bruikbare beoordeling begint met een inventarisatie van stoffen, hoeveelheden, processen, opslagwijze en locatie. Vervolgens worden de aanwijzing van de activiteit, informatie- en meldplichten, vergunningplicht en inhoudelijke voorschriften nagegaan. Ontwerpuitgangspunten worden gekoppeld aan het feitelijke bedrijfsproces. Een verandering van verpakking, opslaghoogte of product kan immers gevolgen hebben voor de beveiliging zonder dat het gebouw zelf wordt verbouwd.