Beschermde vluchtroute
Een beschermde vluchtroute is in het Bbl het gedeelte van een vluchtroute dat buiten een subbrandcompartiment ligt en uitsluitend door verkeersruimten voert. Het begrip hoort bij de nieuwbouwvoorschriften. De achterliggende gedachte is dat iemand na het verlaten van het bedreigde subbrandcompartiment een gedeelte bereikt waar brand en rook minder snel een belemmering vormen.
Een gang tussen verblijfsruimten kan zo'n route bevatten als de indeling en scheidingen daarvoor geschikt zijn. Een open verbinding met een kantoorruimte past daar niet vanzelfsprekend bij. De eis dat de route alleen door verkeersruimten voert, beperkt namelijk welke andere activiteiten langs het traject kunnen plaatsvinden. Het gaat om de feitelijke functie van de ruimte en de positie ten opzichte van compartimentgrenzen, niet alleen om de naam die een ontwerper op de tekening gebruikt.
Een beschermde vluchtroute mag binnen een brandcompartiment liggen. Dat onderscheidt haar van een extra beschermde vluchtroute, die buiten een brandcompartiment ligt. De bescherming ontstaat uit een samenhang van bouwkundige scheidingen, materiaalgebruik, beperking van rookdoorgang en inrichting. De bijbehorende prestaties worden vastgesteld met de toepasselijke artikelen en aansturingstabellen. Aan het woord beschermd kan daarom geen universele brandwerendheid van bijvoorbeeld dertig of zestig minuten worden verbonden.
Of een beschermde vluchtroute nodig is, wordt per trajectdeel beoordeeld. Het aantal personen dat op een enkele route is aangewezen en de aanwezigheid van een tweede vluchtroute spelen daarbij een rol. Ook gelden voorwaarden voor het verloop en de lengte. Een wijziging van de bezetting of het samenvoegen van ruimten kan daardoor gevolgen hebben voor de vereiste routekwaliteit, zelfs wanneer de gang en de deuren fysiek gelijk blijven.
Voor bestaande bouw gebruikt het Bbl het afzonderlijke begrip beschermde route. Die definitie heeft een andere reikwijdte en mag niet zonder beoordeling worden vervangen door de nieuwbouwterm. Bij verbouw wordt vastgesteld welk prestatieniveau op de werkzaamheden van toepassing is. In de gebruiksfase verdient vooral het sluiten van rook- en brandwerende deuren aandacht. Een vastgezette deur of open doorvoering kan de bescherming onderbreken die in het ontwerp aan de route is toegekend.