Beschermde route

Een beschermde route is volgens het Bbl het gedeelte van een vluchtroute dat buiten het subbrandcompartiment ligt waarin die vluchtroute begint. Deze term wordt gebruikt bij bestaande bouw. De definitie legt de relatie met het vertrekcompartiment vast: personen moeten het gedeelte waar de brand hen rechtstreeks bedreigt kunnen verlaten en vervolgens verder kunnen vluchten.

Het begrip verschilt van de beschermde vluchtroute bij nieuwbouw. Een beschermde vluchtroute ligt buiten een subbrandcompartiment en voert uitsluitend door verkeersruimten. Een beschermde route bij bestaande bouw mag in beginsel ook door een verblijfsruimte of een ander subbrandcompartiment lopen, voor zover de overige voorschriften dit toelaten. Het bestaande gebouw hoeft dus niet alleen vanwege deze definitie dezelfde ruimtelijke opzet te hebben als een nieuw gebouw.

Dat verschil betekent niet dat iedere doorgang door een aangrenzende ruimte geschikt is. De route moet bereikbaar en bruikbaar blijven, de voorgeschreven scheidingen moeten aanwezig zijn en de inrichting mag geen gevaarlijke vluchtsituatie veroorzaken. Een traject door een afsluitbare opslagruimte van een andere gebruiker kan bijvoorbeeld praktische problemen geven. Toegang, deuren en beschikbare doorgangen moeten in het gebruik zijn gewaarborgd. Alleen een lijn op een tekening levert die zekerheid niet.

De beoordeling begint met het vaststellen van de gebruiksfunctie en de begrenzing van het subbrandcompartiment. Vervolgens worden de route, loopafstanden, scheidingen en eventuele tweede vluchtmogelijkheid onderzocht. Bij gemengde gebouwen verdient de aansluiting tussen verschillende gebruiksfuncties extra aandacht. Een route die voor de ene ruimte acceptabel is, biedt niet automatisch voldoende bescherming voor een andere ruimte met meer personen of slapende gebruikers.

Bij een functiewijziging of verbouwing moet opnieuw worden bepaald welke eisen gelden. Het bestaande-bouwniveau is daarbij geen algemene vrijstelling voor iedere aanpassing. Ook de gebruiksvoorschriften en eventuele voorwaarden uit een vergunning of gelijkwaardige oplossing blijven relevant. Tijdens inspecties is het nuttig de exacte wettelijke term op tekeningen en in rapporten te gebruiken. Daarmee wordt voorkomen dat een bestaande beschermde route ten onrechte de hogere of anders opgebouwde bescherming wordt toegeschreven die bij een beschermde vluchtroute hoort.