Beschermd subbrandcompartiment
Een beschermd subbrandcompartiment is een deel van een bouwwerk binnen een subbrandcompartiment, of een deel dat daarmee samenvalt, met aanvullende bescherming tegen brand of rook. Deze indeling is bedoeld voor situaties waarin het in veiligheid brengen van personen meer tijd of begeleiding vraagt. Voorbeelden zijn ruimten waar mensen slapen, bedgebonden patiënten verblijven of personen zijn ingesloten.
Het Bbl wijst aan welke ruimten in een beschermd subbrandcompartiment moeten liggen. Daarbij spelen de gebruiksfunctie en het onderscheid tussen nieuwbouw en bestaande bouw een rol. Bij nieuwbouw gaat het onder meer om verblijfsgebieden in woonfuncties, bedgebieden, celeenheden en logiesverblijven. De precieze afbakening wordt vanuit de toepasselijke voorschriften vastgesteld. De informele aanduiding slaapruimte is daarvoor onvoldoende.
De aanvullende bescherming ontstaat door de combinatie van een begrensde omvang en eisen aan de scheiding met andere ruimten. In sommige situaties vallen het brandcompartiment, het subbrandcompartiment en het beschermde subbrandcompartiment samen. In andere gebouwen zijn meerdere beschermde subbrandcompartimenten nodig. Een hotelkamer en een zorgafdeling kunnen daardoor verschillende posities hebben in de compartimentering, ook wanneer in beide wordt geslapen.
De omvang moet passen bij de aanwezige personen en de wijze waarop zij worden geholpen. Wanneer patiënten met bed naar een andere ruimte moeten worden verplaatst, zijn alleen voldoende brede deuren niet genoeg. Ook de ontvangende ruimte, personele beschikbaarheid en bereikbaarheid tijdens brand moeten aansluiten. De bedrijfshulpverlening werkt hierbij met de bouwkundige indeling die werkelijk aanwezig is.
Op tekeningen worden de vereiste WBDBO en weerstand tegen rookdoorgang afzonderlijk vastgelegd. Hetzelfde geldt voor de richting waarin een prestatie nodig is. De kwalificatie beschermd subbrandcompartiment maakt een ruimte niet gedurende een vaste tijd onder alle omstandigheden veilig. Rook kan bijvoorbeeld door een openstaande deur binnendringen en de verblijfscondities kunnen bij brand in de ruimte zelf snel verslechteren.
Bij uitvoering verdienen aansluitingen, doorvoeringen en deuren daarom evenveel aandacht als de wanden en vloeren. Een inspectieluik of een later aangebrachte luchtverbinding kan de bedoelde bescherming onderbreken. De indeling moet bovendien herkenbaar zijn voor beheerders en hulpverleners, zodat een ontruimingsinstructie geen andere grenzen veronderstelt.
Verandert een gebruiksfunctie of neemt de afhankelijkheid van hulp toe, dan is een nieuwe beoordeling nodig. De oorspronkelijke indeling kan technisch intact zijn en toch onvoldoende aansluiten op het actuele gebruik en de benodigde ontruimingstijd.