Bedrijfshulpverlening
Bedrijfshulpverlening (BHV) is de georganiseerde eerste hulp door werknemers bij incidenten in een organisatie. De werkgever moet op grond van de Arbeidsomstandighedenwet doeltreffende maatregelen treffen voor eerste hulp, brandbestrijding en evacuatie, en verbindingen onderhouden met externe hulpverleningsorganisaties. De noodzakelijke omvang en inrichting van de BHV volgen uit de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), het aantal en de zelfredzaamheid van aanwezigen, de gebouwkenmerken, werktijden en specifieke gevaren. De wet schrijft dus niet voor ieder bedrijf hetzelfde vaste aantal BHV’ers voor.
Bij brand heeft de BHV vooral drie taken: een beginnende brand alleen bestrijden als dat veilig kan, aanwezigen waarschuwen en begeleiden, en de professionele hulpdiensten informeren en opvangen. Mensveiligheid gaat voor materieel behoud. Een BHV’er hoort geen ontwikkelde brand of met rook gevulde ruimte binnen te gaan. Rook kan binnen korte tijd desoriënterend en giftig worden; een draagbaar blustoestel en een korte cursus maken iemand niet tot brandweerfunctionaris.
Een goede BHV-organisatie sluit aan op de brandveiligheidsvoorzieningen van het gebouw. De werking van de brandmeldinstallatie, ontruimingsalarminstallatie, handbrandmelders, vluchtdeuren, noodverlichting en eventuele rookbeheersing moet bekend zijn. In een zorgfunctie, hotel, school of groot publieksgebouw zijn andere scenario’s en personeelsbehoeften aan de orde dan in een klein kantoor. Buiten reguliere werktijden, tijdens pauzes en bij ziekte of vakantie moet eveneens voldoende hulpverlening beschikbaar zijn.
Het BHV-plan beschrijft alarmering, taakverdeling, verzamelplaatsen, controle van ruimten, ondersteuning van minder zelfredzame personen, opvang van brandweer en communicatie tijdens een incident. Plattegronden en instructies moeten overeenkomen met de actuele indeling. De organisatie oefent realistische scenario’s en evalueert niet alleen de ontruimingstijd, maar ook de herkenning van het alarm, besluitvorming, bereikbaarheid van vluchtroutes en overdracht aan hulpdiensten.
Opleiding en oefening worden afgestemd op de toegewezen taken. Een certificaat zonder periodieke praktijkervaring bewijst niet dat iemand onder stress adequaat handelt. Nieuwe medewerkers, uitzendkrachten en bezoekers moeten weten hoe zij alarm slaan en waar zij heen gaan. Na iedere oefening of werkelijk incident worden afwijkingen vastgelegd, krijgen maatregelen een eigenaar en wordt gecontroleerd of ze daadwerkelijk zijn uitgevoerd.
De werkgever legt tevens vast hoe BHV’ers worden gealarmeerd, welke communicatiemiddelen beschikbaar zijn en wie leiding geeft als meerdere teams optreden. Bij alleenwerk, thuiswerk en verspreide locaties kan een andere organisatie nodig zijn dan op een permanent bezette hoofdlocatie.
BHV is geen vervanging voor bouwkundige of installatietechnische brandveiligheid. Een tekortschietende brandscheiding kan niet structureel worden gecompenseerd met extra BHV’ers zonder een deugdelijke integrale onderbouwing. Omgekeerd functioneert een technisch goed gebouw niet vanzelf veilig als niemand weet hoe meldingen moeten worden opgevolgd. Effectieve bedrijfshulpverlening verbindt daarom techniek, organisatie en werkelijk gebruik.