Aanvalsplan
Een aanvalsplan beschrijft hoe de brandweer een voorzienbaar incident bij een bepaald object kan benaderen en bestrijden. Het verbindt informatie over het gebouw of terrein met mogelijke brandscenario's, beschikbare middelen en vooraf onderzochte inzetmogelijkheden. De uitwerking kan bestaan uit kaarten en een beknopte toelichting. Een aanvalsplan is vooral zinvol wanneer bijzondere risico's, complexe toegang of specifieke voorzieningen een onvoorbereide inzet kunnen bemoeilijken.
De inhoud moet de operationele keuzes ondersteunen. Daarvoor zijn onder meer de toegangswegen, gebouwindeling, compartimenten en mogelijkheden voor waterwinning van belang. Ook de positie van blusleidingen, bedieningspunten en afsluitvoorzieningen kan relevant zijn. Wanneer een scenario vraagt om inzet buiten een bepaalde gevarenzone, moet de ruimtelijke betekenis daarvan duidelijk zijn. Een verzameling tekeningen zonder verband met het verwachte incident geeft minder houvast.
Het plan maakt zichtbaar welke aannames achter een inzet liggen. Denk aan een bereikbare waterbron, een werkende vaste blusinstallatie of een toegang die tijdens brand bruikbaar blijft. Wanneer een van die voorwaarden ontbreekt, kan een andere aanpak nodig zijn. De benodigde bluswatervoorziening en de beschikbare capaciteit moeten daarom aansluiten op de uitgewerkte scenario's. Een papieren voorziening mag niet worden behandeld alsof zij operationeel gegarandeerd beschikbaar is.
Een aanvalsplan verschilt van een ontruimingsplan, dat zich richt op het verlaten van het gebouw, en van een breder bedrijfsnoodplan voor de eigen noodorganisatie. De documenten moeten wel op elkaar aansluiten. Afspraken over ontvangst van hulpdiensten, het verstrekken van informatie en het bedienen van installaties mogen elkaar niet tegenspreken. De precieze vorm en benaming van operationele objectinformatie kunnen per veiligheidsregio verschillen.
Er bestaat geen algemene verplichting om voor ieder gebouw een afzonderlijk document met de titel aanvalsplan te hebben. Een uitwerking kan volgen uit bijzondere risico's, vergunningvoorschriften of toepasselijke richtlijnen voor een activiteit. PGS-richtlijnen gebruiken het begrip bijvoorbeeld bij voorbereide brandbestrijding. Welke informatie nodig is, wordt afgestemd met de betrokken hulpverleningsorganisatie. Tijdens een werkelijk incident blijft de bevelvoering verantwoordelijk voor de beoordeling van de actuele omstandigheden.
De waarde van het plan staat of valt met actualiteit en toegankelijkheid. Verbouwingen, andere opgeslagen stoffen, gewijzigde toegang en verplaatste aansluitingen moeten tijdig worden verwerkt. Gebruik dezelfde ruimtenamen en aanduidingen als op locatie en in de installatie-informatie. Oefenen of een gezamenlijke terreinverkenning kan onpraktische aannames zichtbaar maken. Leg vast wie wijzigingen verwerkt en zorg dat de operationele gebruikers de geldende versie daadwerkelijk kunnen raadplegen.