Aanspreektemperatuur sprinkler

De aanspreektemperatuur van een sprinkler is de temperatuur waarbij het warmtegevoelige sluitelement van de sprinkler wordt geacht te bezwijken. Daardoor komt de uitlaatopening vrij en kan water via de spreidplaat over het beschermde gebied worden verdeeld. Bij een sprinkler met een glaspatroon zet de vloeistof in de ampul door opwarming uit totdat het glas breekt. Bij een sprinkler met een smeltverbinding verliest het soldeermateriaal bij opwarming zijn samenhang. De aanspreektemperatuur is dus een eigenschap van de afzonderlijke sprinkler en niet de temperatuur waarbij een complete sprinklerinstallatie centraal wordt ingeschakeld.

Een veelvoorkomend misverstand is dat de nominale aanspreektemperatuur gelijk is aan de normale ruimtetemperatuur of aan de temperatuur van de rooklaag op het moment dat brand ontstaat. Een sprinkler spreekt pas aan wanneer het sluitelement voldoende is opgewarmd. De feitelijke aanspreektijd hangt daarom niet alleen af van de nominale temperatuur, maar ook van de temperatuur en snelheid van de langsstromende hete gassen, de warmteverliezen naar de omgeving en de thermische gevoeligheid van de sprinkler. Die gevoeligheid wordt onder meer uitgedrukt met de RTI-waarde (Response Time Index). Een sprinkler met een lage RTI reageert onder dezelfde omstandigheden doorgaans sneller dan een sprinkler met een hoge RTI.

De nominale aanspreektemperatuur wordt gekozen in relatie tot de hoogste te verwachten omgevingstemperatuur op de plaats van montage. In veel normaal verwarmde ruimten wordt een nominale temperatuur van 68 °C toegepast. Dat is echter geen universele standaardkeuze. Nabij ovens, verwarmingsinstallaties, lichtstraten, industriële processen, warme luchtstromen of onder een glazen dak kan de temperatuur structureel of tijdelijk hoger zijn. Een te lage temperatuurklasse kan dan ongewenst aanspreken veroorzaken. Een onnodig hoge temperatuurklasse kan er juist toe leiden dat een sprinkler bij brand later opent, waardoor de brand groter kan zijn op het moment van activering. De juiste keuze volgt daarom uit het toepasselijke voorschrift, de productgoedkeuring, de ontwerptemperaturen en de omstandigheden in het gebouw.

Bij sprinklers met een glazen ampul is de nominale temperatuurklasse herkenbaar aan de kleur van de vloeistof. Veel voorkomende aanduidingen zijn oranje voor 57 °C, rood voor 68 °C, geel voor 79 °C, groen voor 93 °C, blauw voor 141 °C en paars voor 182 °C. Voor andere temperatuurklassen bestaan aanvullende aanduidingen. Bij sprinklers met een smeltverbinding kan de temperatuurklasse op een andere voorgeschreven wijze zijn gemarkeerd, bijvoorbeeld op het frame of het sluitelement. De kleur is een identificatiemiddel; voor ontwerp, vervanging en onderhoud moeten altijd de markering op het product, de datasheet en de goedkeuring worden gecontroleerd.

De nominale waarde is bovendien geen exact omslagpunt zonder tolerantie. Productnormen en goedkeuringen schrijven een toegestaan aanspreekbereik en beproevingsmethode voor. Twee goedgekeurde sprinklers met dezelfde nominale temperatuur kunnen daardoor binnen de toegestane toleranties op een iets verschillend moment openen. Ook mag de reactietijd niet uitsluitend uit de dikte van het glaspatroon worden afgeleid. De diameter van een ampul kan samenhangen met de thermische respons, maar de vastgestelde RTI-classificatie en productgegevens zijn bepalend.

Bij inspectie en beheer wordt gecontroleerd of de gemonteerde temperatuurklasse nog past bij het actuele gebruik. Een gewijzigd productieproces, extra verwarming, een verlaagd plafond of een nieuwe lichtstraat kan het lokale temperatuurbeeld veranderen. Sprinklers die zijn overgeschilderd, gecorrodeerd, mechanisch beschadigd of aan een te hoge temperatuur zijn blootgesteld, kunnen onbetrouwbaar worden en moeten volgens het toepasselijke onderhoudsvoorschrift worden behandeld. Een aangesproken sprinkler wordt niet hergebruikt.

Samengevat bepaalt de aanspreektemperatuur bij welke thermische belasting het sluitelement opent, terwijl de RTI mede bepaalt hoe snel die temperatuur wordt bereikt. Beide eigenschappen moeten in samenhang worden beschouwd. Een correcte selectie zorgt ervoor dat sprinklers niet onbedoeld activeren tijdens normaal bedrijf, maar bij brand wel tijdig reageren om de beoogde beheersing of onderdrukking van de brand mogelijk te maken.